|
|
| (9 intermediate revisions by the same user not shown) |
| Line 507: |
Line 507: |
| * Wist je dat Vikingen aan hun plundertochten begonnen omdat er sprake was van overbevolking in Scandinavië? Vikingen gingen op zoek naar andere plekken waar zij konden leven en kwamen onder andere terecht in Engeland, Frankrijk en zelfs het Midden-Oosten. | | * Wist je dat Vikingen aan hun plundertochten begonnen omdat er sprake was van overbevolking in Scandinavië? Vikingen gingen op zoek naar andere plekken waar zij konden leven en kwamen onder andere terecht in Engeland, Frankrijk en zelfs het Midden-Oosten. |
| </tabber> | | </tabber> |
| | |
| ====''Badr and the Norsemen''==== | | ====''Badr and the Norsemen''==== |
| [[File:ACV Hidden Stories Badr.png|thumb|250px|''Badr and the Norsemen'' cover]] | | [[File:ACV Hidden Stories Badr.png|thumb|250px|''Badr and the Norsemen'' cover]] |
| (Dutch: ''Badr bij de Noormannen'')<ref name="Badr">{{Cite web|url=https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-badrbijdenoormannen |title=Badr bij de Noormannen |author=Benali, Abdelkader |date=December 2022 |publisher=''Ubisoft Special'' |archiveurl=https://web.archive.org/web/20240922150513/https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-badrbijdenoormannen |archivedate=22 September 2024 |language=Dutch}}</ref> | | (Dutch: ''Badr bij de Noormannen'')<ref name="Badr">{{Cite web|url=https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-badrbijdenoormannen |title=Badr bij de Noormannen |author=Benali, Abdelkader |date=December 2022 |publisher=''Ubisoft Special'' |archiveurl=https://web.archive.org/web/20240922150513/https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-badrbijdenoormannen |archivedate=22 September 2024 |language=Dutch}}</ref> |
| | {{-}} |
| <tabber> | | <tabber> |
| |-|English= | | |-|English= |
| Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nam aliquam nulla id risus vulputate aliquam. Vestibulum accumsan lectus velit, et ornare nisl aliquam id. Morbi pellentesque semper viverra. Donec eu ex eget lectus ullamcorper pellentesque. Mauris vitae placerat erat. Aliquam rutrum ornare eros ullamcorper tincidunt. Proin interdum quis ante vel luctus. Nam dignissim nibh odio, sit amet elementum lorem varius eu.
| | PLACEHOLDER |
| | |
| | |-|Dutch= |
| | Het gevecht vond plaats bij volle maan, onze nederzetting Ravensthorpe baadde in het licht. |
| | |
| | Badr gebruikte het kleine mes dat hij uit Bagdad had meegenomen om zich tegen de hakbijlen van de Noormannen van Eivor te verdedigen. Badr was omringd door krijgers die hun leven wilden geven voor hun clanleider. Zij wensten zijn dood, Badr besloot dat hij zou leven. |
| | |
| | Er werd gevochten. |
| | |
| | Het scherpe, behendige mes deed zijn werk. De <u>grootvizier</u><ref group="note">Grootvizier was de benaming voor de eerste minister in een islamitisch land, zoals het Kalifaat Bagdad.</ref> die hem had uitgestuurd naar het noorden had gefluisterd dat hij om het leven zou komen bij de Noormannen. Dat was zijn lot. Het stond in de sterren geschreven. |
| | |
| | Op het moment dat Badr de eerste krijger, zijn krachtige, gespierde lichaam omhuld in een harnas van leer, metaal en vachten, op zich af zag komen besloot hij dat hij moest leven. Hij besloot op te staan tegen het lot. Hij moest vechten. Zijn leven was hem alles waard. Hij was niet helemaal hiernaartoe gekomen om te sneuvelen. Zijn lot was om te leven. Boven de sterren verscheen de volle maan, zijn naam is Badr. |
| | |
| | Ik ben Skald de Oude. De verhalenverteller van de clan van Eivor, meegekomen uit Noorwegen naar het land der Angelsaksen om onze mensen eraan te herinneren wie we zijn. Honger dreef ons voort, hongerig is ons bestaan. |
| | |
| | Wanneer de zwaarden zwijgen en het bloed is opgedroogd, dan word ik opgeroepen, een oude man gehard door dit ondermaanse bestaan om het verhaal van de overwinnaars te vertellen. We hangen als dauwdruppels aan de takken van Yggdrasil, de boom die ons verleden, heden en toekomst draagt. Moge zijn schaduw ons beschermen. Ook hier in het land der Engelsen voedt de boom ons. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Elke clan had zijn verhalenverteller. Die van Eivors clan heette Skald de Oude.'']] |
| | |
| | Vandaag vertel ik over deze jongeman. |
| | |
| | Zijn naam is Badr, wat ‘de volle maan op zijn veertiende nacht’ betekent. |
| | |
| | Net als de maan schoof hij naar ons toe. Badr onderscheidde zich in zijn land door zijn kracht, intelligentie en scherpe tong, daarom werd hij uitverkoren om ons te bezoeken. Daarom vlogen de raven met hem mee. |
| | |
| | Al vroeg werd hij wees. Zijn ouders waren door oorlogszuchtige Bulgaarse troepen van de Zwarte Zeekust gerukt, gevangengenomen en naar Constantinopel gebracht om op de lucratieve slavenmarkt verkocht te worden. Het Oude Rome was gebouwd op slavernij, het Nieuwe Rome was gebouwd op slavernij. |
| | |
| | Van die tijd kon Badr zich niets meer herinneren, zijn eerste jaren troebel als vergiftigd water waar alle vis in sterft. |
| | |
| | Maar de raven vertelden me over zijn weg. |
| | |
| | Een Venetiaanse opkoper rukte hem op de mensenmarkt los van zijn ouders en bracht hem naar Aleppo waar hij voor het drievoudige van wat hij in de Byzantijnse hoofdstad had gekost, werd doorverkocht aan een Arabische handelaar. Geboeid werd hij onderdeel van een kinderkaravaan met als eindbestemming de oostelijke markt van Bagdad, hoofdstad van de trotse Abbasiden, de heersers van een wereldrijk dat zijn gelijke niet kent, honderden volkeren omvat, zich uitstrekt van Sicilië tot aan India. De kolossale stad drinkt uit de rivieren Eufraat en Tigris. Dan is het de groene stad, als een tuin. In de zomer brandt de koperkleurige stad onder een verzengend vuur dat alle minaretten en koepels in lichterlaaie zet. |
| | |
| | In deze hongerige stad kwam Badr vermagerd, verhongerd en lusteloos aan. |
| | |
| | Op de oostelijke markt waar de slaafgemaakten werden verkocht wierp een waarzegster zich op de kar met kinderen. Ze schreeuwde haar profetie naar wie het maar horen wilde. Badr zag verschrikt dat ze haar vinger naar hem priemde. |
| | |
| | ‘Hij, hij, hij! was het enige wat ze kon uitbrengen voordat een menigte haar hardhandig van de kar trok. De waanzin spreekt een duistere waarheid. |
| | |
| | De Arabische handelaar begreep dat deze jongen anders was dan de anderen en bracht hem naar het paleis van de grootvizier, als geschenk. |
| | |
| | <center>'''Rode maan'''</center> |
| | Badr groeide op in Bagdad, een stad die was gegrondvest op de nalatenschap van de legendarische kalief <u>Haroen ar-Rasjied</u><ref group="note">Haroen ar-Rasjied was de kalief van de Abbasiden tijdens de 8e eeuw. Hij stimuleerde kunst en wetenschap en wilde boven alles Constantinopel veroveren.</ref>. En binnen de poorten van zijn paleizen werd Badr opgeleid tot krijger. |
| | |
| | Horen jullie het <u>zwaardgevecht</u><ref group="note">Vikingen gebruik maakten van hun wapens om zo hun rijkdom te laten zien? Een gewone Viking uit de middenklasse gebruikte meestal een bijl, terwijl een Viking uit de hogere klasse vaak een zwaard gebruikte.</ref>? Het hardste staal van Egypte op het hardste staal van Isfahaan. |
| | |
| | Badr liep snel naar het binnenplein waar hij omringd werd door zwaardvechtende mannen. Hij vloog de strijd in. Niemand die hem eronder kreeg bij het sparren. Door op te gaan in de strijd vergat hij zijn miserabele afkomst. Met het scherpe zwaard zette hij een streep onder zijn verleden. |
| | |
| | De grootvizier koos hem uit voor zijn eliteleger. Niet vanwege zijn kracht; er waren er die sterker, sneller, behendiger waren. Hij was opgevallen door zijn scherpe tong. Hete poëzie stroomde door de aderen van het mensenkind. |
| | |
| | Stiekem trok Badr naar de oostelijke markt waar de sneldichters uit de diepe woestijnen samenkwamen om met woorden de degens met elkaar te kruisen. Hij hing aan hun lippen. |
| | |
| | “Wie de kracht van het woord heeft is onverslaanbaar, die hoeft nooit zijn zwaard te trekken,’ zei een van de dichters en dat onthield Badr. |
| | |
| | Volgeladen met inspiratie rende Badr terug en ging naar binnen door de poorten van het paleis. Wat hij hoorde paste hij toe, zo werd hij onverslaanbaar in het wrede spel van het spotvers. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Badr wilden even onbevreesd zijn als de Assassijnen, de sluipmoordende strijders die het opnamen tegen de Kruisvaarders.'']] |
| | |
| | De regels van het spotvers waren simpel: twee deelnemers gooiden met de dobbelsteen, de hazard. Het hoogste getal begint. De spotter hakt met woorden zijn tegenstander in de pan. Verdiensten worden naar beneden gehaald, zwaktes worden onthuld, de eer wordt aangetast. |
| | |
| | Is het vers ten einde dan krijgt de ander de beurt. Wie het publiek aan zijn zijde heeft, die wint. Wij Noormannen hebben onze traditie van het spotvers, zij hebben de hunne. |
| | |
| | Badr was meester van het spel. Zijn tong hakte de ene na de andere tegenstander in de pan. Ze wisten niet dat hij de kunst had afgekeken bij de meesters van de woestijn. De grootvizier hoorde het aan en was verrukt. Maar vijanden kreeg hij ook want geen belediging blijft ongestraft. |
| | |
| | Niet veel later betaalde hij de prijs voor zijn spottende taal. |
| | |
| | Tijdens het oefenen in pijl en boog vond een verdwaalde pijl zijn weg naar zijn linkeroog. ‘Had hij daar maar niet moeten gaan staan,’ werd gezegd. Ze waren hem gaan haten. |
| | |
| | De grootvizier was het incident ter ore gekomen en had de beste artsen onmiddellijk opdracht gegeven hem te helpen. De grootvizier voelde dat Badr speciaal was. |
| | |
| | Zonder verdoving brachten ze een snee aan op de iris om de druk eraf te nemen; het bloed stroomde eruit, hij beet op zijn tong, gaf geen kik. Zijn pijngrens was ontzagwekkend hoog. Het wit stroomde uit de maan. |
| | |
| | De stilte waarmee hij de pijn onderging bezorgde zijn leeftijdgenoten diep ontzag. En angst, ook. Iemand die een verwonding zo stil kan ondergaan, wat kan hij anderen niet aandoen? Stroomde in deze Abbasied het bloed van de Assassijnen, goedgetrainde sluipmoordenaars, die tijdens de slag om Jeruzalem menig kruisvaarder hadden omgebracht? Was hij wel een mens? Ze vermeden Badr. Zijn linkeroog boezemde angst in. Het blauw van zijn oog was rood geworden. En zou het blijven. |
| | |
| | <center>'''Boodschapper'''</center> |
| | Het broeide in het noorden. Engeland had onverwacht bezoek gekregen. Onze tijd was gekomen. Onder leiding van Eivor vonden we onze weg naar dit gezegende land, het Middenland waar we kwamen met strijd om vrede te brengen. Onze wapens waren harder, onze <u>tactiek</u><ref group="note">Een van de belangrijkste tactieken was de schildmuur, de basisgevechtsformatie van de Vikingen. Hierbij liep men naast elkaar met het schild omhoog geheven, zodanig dat alle schilden elkaar overlapten en zo één muur vormden. Het was een grote factor voor de winst van de Vikingen.</ref> superieur en eerlijk is eerlijk, de Engelsen hadden te lang gedacht dat het eiland een onneembare veste was. |
| | |
| | De berichten over de expansie van onze trotse Noormannen bereikten ook Bagdad. De Noormannen die deze stad aandeden werden sindsdien niet alleen gezien als kooplieden, maar ook als potentiële politieke vijanden of bondgenoten. |
| | |
| | Bagdads bewoners vergaapten zich aan deze heidenen die twee koppen groter waren, hun wapens om de heupen lieten bungelen en hoewel weinig spraakzaam, ze onderling heel hard met elkaar lachten. Ze bleven nooit lang in Bagdad, het gebrek aan <u>bier</u><ref group="note">Vikingen droken voornamelijk ale (een soort bier) of water, maar ook mead, een soort honingdrankje. Dit honingdrankje was een echte Vikingspecialiteit.</ref> maakte ongeduldig om weer naar huis te gaan. De Noormannen brachten nieuws over Eivor, een machtige leider die was opgestaan. Was dit de man van wie waarzeggers zeiden dat kalief Haroen ar-Rasjied hem had bezocht? Ja, dat was die man. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Bagdad was een wereldstad, een ommuurde smeltkroes die zelfs door Vikingen werd bezocht.'']] |
| | |
| | Het magnetisch veld van de geschiedenis had een aardverschuiving veroorzaakt. De Abbasiden raakten ongerust. |
| | |
| | De grootvizier bracht de <u>kalief</u><ref group="note">De kalief is de leider van het kalifaat, het betekent zoveel als 'Gods vertedenwoordiger op de aarde'.</ref> op de hoogte van het nieuwe Noordse rijk dat aan het ontstaan was. Er moest toch maar eens iemand gaan kijken om te ontdekken voor wie de Noormannen hun eer en leven in de waagschaal stelden. Maar wie? Wie was geschikt voor die taak? |
| | |
| | Het gebeurde in de veertig dagen voor de maand Ramadan, wanneer de legers het vechten staakten, de karavanen uit Arabia Felix huiswaarts keerden en de tentenmakers hun vrouwen opzochten. Een maand van bezinning. Niet voor Badr. Hij was wakker geworden van de holle stappen door de lange gang die naar zijn slaapvertrek leidde. Het was niet nodig om het zwaard te trekken. Het broederschap dat hier gevormd werd was sterker dan het sterkste metaal. Het waren de voetstappen van de boodschapper, gestuurd door hun heer om de gids aan te wijzen. De daliel. Gidsen werden naar alle vier de windstreken van het imperium gestuurd, maar nooit daarbuiten. |
| | |
| | Het gelaat van de boodschapper ging schuil onder een buitenformaat boernoes, de kap die hun hoofd bedekte, vele malen groter dan wat voorgeschreven was, het gaf de hoogte van zijn orde aan. Het gerucht ging dat ze hun gelaat verborgen moesten houden om de Orde der Ouderen niet wakker te maken. |
| | |
| | Met zijn vechtersplunje onder de arm sjokte hij achter de boodschapper aan. De grootvizier wachtte hem op, vergezeld door zijn raadgevers. |
| | |
| | <hr/> |
| | '''De echte Assassins'''<br>Assassijnen zijn geen verzinsel. Ze hebben echt bestaan en waren de schrik van het Midden-Oosten. |
| | *'''Sluipmoordenaars:''' De Assassijnen waren een sjtitische sekte in het 11e eeuwse Iran en Syrië. Ze verzetten zich met geweld en verraad tegen de kruisvaarders en verschillende islamitische heersers. Hun favoriete tactiek: prominente politieke tegenstanders in publiek uitschakelen met sluipmoorden. |
| | *'''Onder invloed of niet?:''' De naam Assassijnen komt van ‘hashshashin’: zij die zich met hasjiesj bedwelmen. Assassins zouden volgens hun Europese tegenstanders hasjiesj roken vlak voor een aanslag. Volgens anderen betekent het echter ‘het principiële volk’ in Arabisch en heeft het niets met drugs te maken. |
| | *'''Alamoet:''' De Assassijnen veroverden forten en kastelen om als uitvalsbasis te gebruiken. Hun hoofdkwartier was de Alamoet, een kasteel in het Iraanse hooggebergte. Vandaaruit planden ze honderden aanslagen. Het kasteel werd in 1256 verwoest door Mongoolse veroveraars, wat ook het einde betekende van de Assassijnen. |
| | <hr/> |
| | |
| | <center>'''Ingliterra'''</center> |
| | “We sturen je naar het noorden.’ |
| | |
| | ‘Samarkand?’ |
| | |
| | ‘Noordelijker.” |
| | |
| | ‘Constantinopel?’ |
| | |
| | ‘Noordelijker.” |
| | |
| | ‘Het land der Russen?’ |
| | |
| | ‘Noordelijker, nog.” |
| | |
| | ‘De Germaans stammen?’ |
| | |
| | ‘Noordelijker.” |
| | |
| | “Ik geef het op. |
| | |
| | ‘Engeland.’ |
| | |
| | “Ingliterra?’ Onthutsing en onwetendheid vochten op het voorhoofd van Badr om voorrang. |
| | |
| | Er was het einde van de wereld. En dan was er lange tijd niets. En dan kwam er het gebied waarvan de bewoners Vikingen werden genoemd; een trots en bij tijd en wijle hooghartig krijgersvolk dat leeft van handel op de Wolga-rivier. Zo waren zij gekend in Bagdad, als handelaren die in het droge seizoen kostbare huiden brachten. Zij werden betaald in dinars. |
| | |
| | ‘Uwe hoogheid,’ zei Badr, ‘welke opdracht wacht mij in Ingliterra?’ |
| | |
| | ‘Je zult iemand ontmoeten. Eivor. Onthoud zijn naam goed.” |
| | |
| | “Wij zullen daarna een boodschapper naar deze Eivor sturen. Je zult klaar moeten staan om hem te ontvangen.” |
| | |
| | ‘Mag ik weten waarover het gaat?’ |
| | |
| | ‘Het kwaad staat niet stil. Het heeft zich genesteld tussen de clanleden van Eivor. Zij hebben hier geen weet van. In Eivor hebben we een bondgenoot gevonden. Maar de verovering van Engeland heeft hem arrogant gemaakt. De strijd tegen het opperste kwaad wordt opgegeven.” |
| | |
| | “Wat moet ik doen?” |
| | |
| | ‘Leer hun taal. Hun gewoonten. Meng je tussen hen. In hun ogen zal je uitgroeien tot een gewaardeerd en gerespecteerd vechter. Eivor zal je opnemen in zijn ring van vertrouwelingen.” |
| | |
| | “Dit is een zware taak, heer.’ |
| | |
| | ‘Er staat veel op het spel. Het voortbestaan van onze beschaving. De boodschapper zal komen. En jou uitdagen. Je zult hem bespotten. Je zult het gevecht aangaan. Maar dat gevecht zal je niet overleven.’ |
| | |
| | “Ik prijs uw wijsheid maar hoe weet u dat zo zeker?” |
| | |
| | ‘Omdat het geschreven staat. Je zal moeten sterven.’ |
| | |
| | “Sterven voor wie?’ |
| | |
| | “Voor je leider” |
| | |
| | “Ik sterf alleen voor God.” |
| | |
| | ‘Dan zal je sterven voor God.’ De grootvizier knipte met zijn vingers. Uit het gezelschap stapte een lange man naar voren. ‘Vertel wat hem te wachten staat.” |
| | |
| | [[File:|thumb|''De verhalen van de invloedrijke Vikingleider Eivor hadden zelfs het kalifaat van Bagdad bereikt.'']] |
| | |
| | ‘Het kwaad heeft zich in Midden-Engeland genesteld. Onze blik is op het oosten gericht, we vrezen de komst van de Hunnen. Maar signalen wijzen erop dat de veiligheid van onze natie afhankelijk is van de veiligheid van Eivor. Hij is een daadkrachtig leider. En zoals alle daadkrachtige leiders waant hij zich onaantastbaar. Wat hij niet weet is dat de Orde van de Ouden in hem een lichaam ziet. Eivor moet gewaarschuwd worden. Jouw dood zal zijn waarschuwing zijn. Jouw dood zal een droom forceren die hem de ogen opent voor het gevaar dat hem omringt” |
| | |
| | ‘Ik ga niet naar dat ruige land.’ De grootvizier keek hem streng aan, hij werd niet graag onderbroken. ‘Het is een vruchtbaar land dat je betreedt. Wat we weten is gestoeld op onwetendheid. Het zou een ruig volk zijn dat een strikte erecode hanteert waar alles aan onderworpen is. Vreemdelingen worden, mits ze zich onderwerpen aan hun leefregels, gastvrij ontvangen. Ga dan als vreemdeling en wordt een van hen.’ |
| | |
| | Hij kreeg een mes aangereikt. Het zou aan de zoon van Haroen ar-Rasjied toebehoord hebben. Het was klein en scherp, het lag als een groot geheim in zijn hand. Een mes voor onderweg, niet voor strijd. |
| | |
| | <center>'''Abbasied van huis'''</center> |
| | Badr reisde via Constantinopel. Daar wisten ze niet beter of Badr was een snotneus die door zijn op geldbeluste heer eropuit was gestuurd om de lange, omslachtige en vaak gevaarlijke onderhandelingen met de Volkeren van het Noorden te voeren. Ze riepen hem na: ‘Hé, Abbasied!’ |
| | |
| | De zeestraat van de Bosporus overgestoken vervolgde hij zijn weg in een karavaan van muildieren die in het koninkrijk van de Hongaren halthield. Badr verkoos het gezelschap van een stel doldrieste Germanen; zo leerde hij de taal die hem goed van pas zou komen. |
| | |
| | Zijn dinars werden hartelijk aangenomen. In de rustplaatsen leerde hij van het ruwe volk dat hem omringde het nieuwe kaartspel uit India. Zo maakte hij vrienden en won geld. Voor de buitenstaander was er geen verschil tussen Franken, Lotharingers, Occitanen of Bourgondiërs: ze hadden allemaal geen tafelmanieren, Ergste was nog dat ze hun handen niet wasten voor het eten. Barbaren. |
| | |
| | Engeland kwam dichterbij, de verhalen over Eivor ook. Het Germaans was geen makkelijke taal om te verstaan. Maar in alles wat er over deze krijger werd verteld klonk ontzag en respect door. |
| | |
| | Er was druk verkeer tussen het eiland en het vasteland van Europa. Vraag was alleen wie hem mee zou nemen. Wat moest deze verdwaalde Abbasied zo ver van huis. “Was hij een geheime soldaat?’ werd hem op de man af gevraagd. Kwam hij om een oude rekening uit het Heilige Land te vereffenen? |
| | |
| | ‘Nee, hij was geen vooruitgezonden soldaat. Hij was een reiziger die door zijn heer eropuit was gestuurd om het land der Angelsaksen te bezoeken. Zijn drijfveer was kennis.” |
| | |
| | [[File:|thumb|''Bard hoorde varhalen over hoe Eivor zelfs de Frankische hoofdstad had veroverd.'']] |
| | |
| | Hoe vaak hoorde hij niet: ‘Snotneus. Gup. Kapot Oog.’ Gek genoeg werd hij trots op die laatste bijnaam. Het herinnerde hem aan de warme, zoete, trotse dagen in Bagdad waar hij door iedereen met respect werd bejegend. |
| | |
| | Een bootsman vroeg geld, dinars waren in deze streken gewild, verloren hun waarde niet, met de dinar kon je tot aan de rand van de wereld reizen. |
| | |
| | Pas toen een zwerm raven over de hoofden vloog gaf de bootsman het sein het schip te water te laten. |
| | |
| | “Waarom wil je naar het Middenland reizen? Ben je gek geworden? Zie je niet welk geweld daar wordt gepleegd?’ |
| | |
| | De expansiedrift van Eivor zorgde voor een stroom van vluchtelingen. Eerst de vrouwen en kinderen en de ouderen. De achtergebleven mannen die sterk stonden om hun landerijen te verdedigen waren geen partij voor de wilskrachtige legers van Eivor. |
| | |
| | “Waar moet je zijn?’ werd hem steeds gevraagd. |
| | |
| | ‘Ravensthorpe,’ antwoordde hij keer op keer. Elke keer vielen de monden open. |
| | |
| | <center>'''Bacchanalen'''</center> |
| | De ossenwagen was van bedenkelijke makelij, de ossen oud, wegen modderig, de wielen kraakten. Vaak moesten de passagiers meehelpen de vastgelopen ossenwagen weer op gang te krijgen. De grijze wolken kriebelden aan zijn wenkbrauwen. Zo ver het oog reikte vulde het landschap zich met grote eiken. Ze trokken langs verlaten dorpen, sommige compleet uitgebrand. Ze zagen het aan en waren stil. |
| | |
| | De vluchtelingen die hun op rustplaatsen tegemoetkwamen verhaalden over een nieuw regime dat in het hart van het land was gevestigd. |
| | |
| | Het volk van Eivor veroverde, het volk van Eivor maakte bondgenoten naargelang wat het beste uitkwam. Het ging hun niet om gelijkwaardigheid, het ging om macht. En om die macht definitief te krijgen werd een arsenaal aan wapens tevoorschijn getrokken; het geluid van de ketsende zwaarden en hakbijlen was oorverdovend. |
| | |
| | De komst van de Vikingen bracht ook <u>hoogwaardige wapens</u><ref group="note">Het sterkste wapen van de Vikingen was de ulfberht, een legendarisch strijdzwaard gemaakt van het sterkste staal. De ulfberht zijn zo knap gemaakt dat we nog steeds niet begrijpen hoe de Vikingen zulke zwaarden konden maken.</ref>, getrokken uit het hardste staal dat de mijnen van Scandinavië te bieden hadden. |
| | |
| | Ze deden nauwelijks moeite om hun verachting voor de lokale inwoners te verbergen. Dus zat er niet anders op dan te vluchten, liever alles achterlaten dan in absolute horigheid moeten voldoen aan de grillen van een vreemde heerser. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Badr zag hoe het volk van Eivor dagen lang dronk, vrat en aan het feesten was.'']] |
| | |
| | De kar stopte. De ossen zegen neer. Badr moest op eigen kracht verder. Toen hij gevangen werd genomen door de wachters van Eivor verzette hij zich niet. Alles ging volgens plan. Ze zouden hem niet doden, daarvoor was hij te veel een bezienswaardigheid. Wat deed een Abbasied in deze streken? Hun lichamen waren bedekt met de huiden die hij op de oostelijke markt van zijn stad had gezien. De mannen waren groot en ruw, de vrouwen daarentegen in bezit van fijne trekken. Ze gaven hem te drinken en eten. |
| | |
| | Uit de hoofdtent kwam de meeste rook; er werden offers gebracht, vlees gebraden. De bacchanalen duurden tot diep in de nacht. Het teruggekomen leger werd met gejuich ontvangen. Door de korte duur van de dagen leek het verschil tussen dag en nacht te vervagen. Badr gaf zijn oog goed de kost. Wie behoorde tot de Geheime Orde der Verborgenen? Wie kon hem aanwijzingen geven over wat er komen ging? Deze op het oog anarchistische bende, die toch bij elkaar werd gehouden door een zeer strikte gedragscode, leek hem vergeten te zijn. |
| | |
| | <center>'''Het verraad'''</center> |
| | Uiteindelijk werd Badr voor Eivor gebracht. |
| | |
| | Hij dacht aan de woorden van de grootvizier. Tijd om te sterven. |
| | |
| | ‘Abbasied, wat brengt je hier? Jullie volk mijdt deze streken als de pest.’ De menigte barstte in lachen uit. Badr antwoordde hem in de Germaanse taal, doorspekt met het Angelsaksisch dat hij onderweg had opgestoken. |
| | |
| | ‘Er bereikten onze stad berichten over een sterke leider. Ik ben vooruitgestuurd om die leider te zien. Ik vraag u: waar is die leider? Ik zie hem niet.’ |
| | |
| | Om hem heen klonk stilte. Deze subtiele belediging van Eivor zou niet ongestraft kunnen gaan. Eivors gezicht leek van glas. De raven kraaiden. Het ruisen van de wind ging door de bomen. Eivor besloot dat Badr moest sterven. |
| | |
| | Eivor nam het zwaard op. En wees vier sterke mannen aan. Zij mochten de strijd met Badr aangaan om te laten zien dat er met hun leider niet te spotten viel. |
| | |
| | Hij mocht uit het rijke wapenarsenaal dat de goden ons hebben vergund een zwaard kiezen. Dat was hem nog gegeven. Badr hield het bij het mes dat hij uit Bagdad had meegenomen. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Badr koos voor het leven en stond vanaf toen bekend als de dolkdragende Abbasied-Viking.'']] |
|
| |
|
| Donec vehicula, arcu nec lacinia pulvinar, ipsum mi malesuada ligula, eu consequat nisl nunc eget tortor. Vestibulum sed iaculis sem. Vestibulum interdum, mauris eu ultricies pretium, ligula erat suscipit magna, ac aliquam diam sapien ac augue. Integer porta eget sem suscipit vestibulum. Maecenas rutrum dictum maximus. Quisque porttitor nisl ac blandit sollicitudin. Maecenas suscipit iaculis enim nec sagittis.
| | Om hem heen klonk gegrom. ‘Maak het kort,’ riep Eivor. De aanval werd ingezet. |
|
| |
|
| Quisque vitae efficitur felis. Pellentesque vel eros eu lorem ornare mollis eu nec ex. Nunc id purus nec est maximus posuere. Mauris eu sagittis diam. Sed aliquam ornare odio non semper. Curabitur commodo nisl eu elit eleifend malesuada. Nullam bibendum vehicula imperdiet.
| | Uit de volle maan stroomde melk. |
|
| |
|
| Sed laoreet condimentum volutpat. Sed in erat eget enim molestie rutrum. In elementum vehicula dui, non maximus turpis malesuada in. Donec non blandit nibh. Pellentesque accumsan iaculis nibh, suscipit convallis felis eleifend vitae. Morbi scelerisque nisi mauris, eget bibendum quam eleifend eu. Aliquam vehicula orci a purus feugiat, pharetra imperdiet velit vehicula. Sed ultricies ornare sem, eget ornare est egestas id. Mauris lobortis lobortis feugiat. Fusce sed nunc vitae felis iaculis facilisis. Pellentesque et viverra mauris, nec hendrerit eros. Proin eget felis leo. Sed facilisis nunc id est sagittis, in commodo massa laoreet. Suspendisse semper enim at est auctor sagittis. Nullam volutpat vel turpis id posuere. Vestibulum ex odio, laoreet eget lacus et, rutrum tempor mauris.
| | Badr koos voor het leven. |
|
| |
|
| Nam placerat, augue commodo feugiat consectetur, turpis diam tristique dui, non ultrices felis sapien ut mauris. In eget rutrum ante. Nulla ac magna turpis. Aenean euismod risus dolor, vitae accumsan mauris laoreet eget. Praesent venenatis lorem et blandit bibendum. Praesent a ultrices ligula. Curabitur eget justo massa. Aenean commodo sollicitudin feugiat. Ut placerat, sapien quis rhoncus consectetur, nibh dolor maximus nulla, sed mattis massa eros ac erat. Curabitur laoreet consectetur ex, vitae volutpat mauris mollis ac. Aliquam aliquet risus sit amet cursus vulputate. Aenean condimentum magna id rhoncus scelerisque. Sed vel placerat justo. Curabitur ultricies viverra erat, id scelerisque erat faucibus nec.
| | De raven brachten de grootvizier van Bagdad het nieuws dat zijn Badr zich tegen hem had gekeerd. De grootvizier onderdrukte zijn woede. De jongen die hij had opgevoed als zijn zoon was opgestaan tegen het Bevel van de Almachtige. De jongen die hij had opgevoed om zijn leven te geven had anders besloten. De Abbasied was tegen zijn meester opgestaan. De grootvizier begreep dat Badr door deze machtsgreep voorgoed verloren was. Hij zou niet meer terugkeren. |
|
| |
|
| |-|Dutch=
| | Badr was een Viking geworden. Hij ademde. Hij stapte naar voren. Hij liet zijn stem horen en zei: ‘Ja, ik blijf bij jullie.” |
| Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nam aliquam nulla id risus vulputate aliquam. Vestibulum accumsan lectus velit, et ornare nisl aliquam id. Morbi pellentesque semper viverra. Donec eu ex eget lectus ullamcorper pellentesque. Mauris vitae placerat erat. Aliquam rutrum ornare eros ullamcorper tincidunt. Proin interdum quis ante vel luctus. Nam dignissim nibh odio, sit amet elementum lorem varius eu.
| |
|
| |
|
| Donec vehicula, arcu nec lacinia pulvinar, ipsum mi malesuada ligula, eu consequat nisl nunc eget tortor. Vestibulum sed iaculis sem. Vestibulum interdum, mauris eu ultricies pretium, ligula erat suscipit magna, ac aliquam diam sapien ac augue. Integer porta eget sem suscipit vestibulum. Maecenas rutrum dictum maximus. Quisque porttitor nisl ac blandit sollicitudin. Maecenas suscipit iaculis enim nec sagittis.
| | De grootvizier schreef in het Boek der Wijzen dat een nieuwe tijd was aangebroken. Het tijdperk van Eivor. |
|
| |
|
| Quisque vitae efficitur felis. Pellentesque vel eros eu lorem ornare mollis eu nec ex. Nunc id purus nec est maximus posuere. Mauris eu sagittis diam. Sed aliquam ornare odio non semper. Curabitur commodo nisl eu elit eleifend malesuada. Nullam bibendum vehicula imperdiet.
| | </tabber> |
|
| |
|
| Sed laoreet condimentum volutpat. Sed in erat eget enim molestie rutrum. In elementum vehicula dui, non maximus turpis malesuada in. Donec non blandit nibh. Pellentesque accumsan iaculis nibh, suscipit convallis felis eleifend vitae. Morbi scelerisque nisi mauris, eget bibendum quam eleifend eu. Aliquam vehicula orci a purus feugiat, pharetra imperdiet velit vehicula. Sed ultricies ornare sem, eget ornare est egestas id. Mauris lobortis lobortis feugiat. Fusce sed nunc vitae felis iaculis facilisis. Pellentesque et viverra mauris, nec hendrerit eros. Proin eget felis leo. Sed facilisis nunc id est sagittis, in commodo massa laoreet. Suspendisse semper enim at est auctor sagittis. Nullam volutpat vel turpis id posuere. Vestibulum ex odio, laoreet eget lacus et, rutrum tempor mauris.
| | ;Extra information |
| | <tabber> |
| | |-|English= |
| | PLACEHOLDER |
|
| |
|
| Nam placerat, augue commodo feugiat consectetur, turpis diam tristique dui, non ultrices felis sapien ut mauris. In eget rutrum ante. Nulla ac magna turpis. Aenean euismod risus dolor, vitae accumsan mauris laoreet eget. Praesent venenatis lorem et blandit bibendum. Praesent a ultrices ligula. Curabitur eget justo massa. Aenean commodo sollicitudin feugiat. Ut placerat, sapien quis rhoncus consectetur, nibh dolor maximus nulla, sed mattis massa eros ac erat. Curabitur laoreet consectetur ex, vitae volutpat mauris mollis ac. Aliquam aliquet risus sit amet cursus vulputate. Aenean condimentum magna id rhoncus scelerisque. Sed vel placerat justo. Curabitur ultricies viverra erat, id scelerisque erat faucibus nec.
| | |-|Dutch= |
| | *'''Vikingen droegen vaak geen metalen harnassen.''' Uitzonderingen waren er zeker, maar meestal droegen ze normale kledij. Harnassen werden doorgaans gezien als iets wat lafaards droegen. In één van de weinige Arabische bronnen over de Vikingen gaat het over dat ze nog nooit "zulke gespierde lichamen" hadden gezien. |
| | *'''De Abbasiden hadden Sicilië in handen. Maar in welk jaar veroverden de Vikingen Sicilië?'''<br><s>1021 n. chr.</s> / ''1071 n. chr.'' |
| | *'''Wist je dat?''' De term 'Noormannen' alles te maken heeft met Normandië? Het land werd door de koning van Francië aan de Vikingen geschonken. In ruil daarvoor mochten ze niet langer de Frankische kust plunderen, moesten ze loyaal blijven aan de Frankische koning en zich bekeren tot het christendom. |
| | *'''Het rijk van de Angelsaksen was gefragmenteerd in een paar koninkrijken. Ze leken niet opgewassen tegen de invasie van de Vikingen. Tegen het eind van de ge eeuw stond er in Zuid-Engeland nog maar één koninkrijk overeind. Welke was dat?'''<br>''Wessex'' / <s>York</s> |
|
| |
|
| </tabber> | | </tabber> |
| Line 538: |
Line 772: |
| [[File:ACV Hidden Stories Hunt.png|thumb|250px|''The Wild Hunt'' cover]] | | [[File:ACV Hidden Stories Hunt.png|thumb|250px|''The Wild Hunt'' cover]] |
| (Dutch: ''De Wilde Jacht'')<ref name="Hunt">{{Cite web|url=https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-dewildejacht |title=De Wilde Jacht |author=Leeuwenhart, Roderick |date=December 2022 |publisher=''Ubisoft Special'' |archiveurl=https://web.archive.org/web/20240922150753/https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-dewildejacht |archivedate=22 September 2024 |language=Dutch}}</ref> | | (Dutch: ''De Wilde Jacht'')<ref name="Hunt">{{Cite web|url=https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-dewildejacht |title=De Wilde Jacht |author=Leeuwenhart, Roderick |date=December 2022 |publisher=''Ubisoft Special'' |archiveurl=https://web.archive.org/web/20240922150753/https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-dewildejacht |archivedate=22 September 2024 |language=Dutch}}</ref> |
| | {{-}} |
| <tabber> | | <tabber> |
| |-|English= | | |-|English= |
| Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nam aliquam nulla id risus vulputate aliquam. Vestibulum accumsan lectus velit, et ornare nisl aliquam id. Morbi pellentesque semper viverra. Donec eu ex eget lectus ullamcorper pellentesque. Mauris vitae placerat erat. Aliquam rutrum ornare eros ullamcorper tincidunt. Proin interdum quis ante vel luctus. Nam dignissim nibh odio, sit amet elementum lorem varius eu.
| | PLACEHOLDER |
| | |
| | |-|Dutch= |
| | ‘Jullie denken dat jullie ooit woede hebben gekend? Échte woede? Laat me niet lachen. Jullie onbenullige boosheid is niets vergeleken met die van Odin, onze Alvader, de Oude Reiziger uit het oude land, toen hij nog <u>Wōðanaz</u><ref group="note">Wōðanaz de oudste naam is van de god die later Odin/Wodan zou worden? Hij werd door de Indo-Europeanen al aanbeden en hij komt in talrijke verhalen voor, waaronder die van de Wilde Jacht.</ref> heette: de woedende. Een bezeten god was hij. Als je op een donkere avond in je eentje door het bos liep, kon je het soms horen donderen alsof het noorderlicht naar bened en kwam vallen. Was je dom genoeg om te blijven staan en naar boven te kijken, dan zag je hoog in de hemel een processie van ruiters uit de onderwereld langsrazen. Een klopjacht van de doden die in hun stijgbeugels stonden en hun rottende paarden aanspoorden tot het schuim ze op de mond stond. En waar vluchtten zij voor? Voor Odin! Hij joeg ze op. Als je dan niet ogenblikkelijk ineendook, dan sleurde hij je zonder pardon mee in zijn Wilde Jacht.” |
| | |
| | Eivors ogen glommen in het licht van het haardvuur. Ze was zeven jaar oud en het was al ver voorbij haar bedtijd — maar hun dorp Heillboer in de Noorse provincie Rygjafylke werd niet iedere dag bezocht door een rondreizende verteller. Dus zat ze nu samen met de andere kinderen van de clan ademloos te luisteren in de grote hal. De verteller pauzeerde om zijn tanden in een stuk reebout te zetten, want zolang zijn verhaal doorging, kreeg hij te eten. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Jonge Eivor keek toe hoe haar ouders genadeloos werden afgeslacht.'']] |
| | |
| | ‘Had Odin óók een dood paard?’ vroeg Eivor, op en neer wiegend op haar strobaal, vechtend om wakker te blijven. |
| | |
| | ‘Natuurlijk niet,’ zei de verteller met volle mond. ‘Odin reed op <u>Sleipnir</u><ref group="note">Odin heeft een hele menagerie aan dieren: naast Sleionir heeft hij ook de raven Huginn en Muninn, en de wolven Geri en Freki.</ref>, zijn ros met maar liefst acht benen. De beste en snelste van alle paarden. Met twee keer zoveel benen ren je ook twee keer zo rap als een normale knol.’ |
| | |
| | Het lag vast aan het late uur dat Eivor half wegsukkelde in een droom waarin ze Sleipnir bereed over de Noorse fjorden. Ze spoorde hem aan sneller en sneller te gaan, langs duizelingwekkende afgronden… |
| | |
| | ‘En hoe kun je voorkomen dat je mee wordt genomen door Odin?’ vroeg een jongetje. |
| | |
| | De verteller lachte smakelijk. ‘Dat moet je vragen aan de mensen die de optocht hebben gezien en er nog zijn — en die missen allemaal wel iets. Tenen, een arm, of hun verstand!’ |
| | |
| | De volwassen clanleden luisterden geamuseerd terwijl ze zelf dronken, feestten en elkaar verleidden. Na een halfuur droogden de verhalen op en kondigde de gast aan dat hij zich terugtrok in een bedstee. |
| | |
| | Eivor, op het randje van instorten, waggelde naar haar ouders die achter in de hal zaten. |
| | |
| | ‘Heb je het gehoord, vader? Sleipnir en Odin... en de Wilde Jacht...” |
| | |
| | Haar vader — Varin de clanleider — gromde vriendelijk en wreef Eivor over haar bol. ‘Die man is een praatjesmaker. Voor een paar pullen honingwijn vertelt hij je alles wat je maar wilt horen. Wat weet hij nou van de goden?’ |
| | |
| | Maar dat laatste hoorde ze al niet meer: ze was op zijn schoot in slaap gevallen en uit haar mond bungelde een draadje kwijl. |
| | |
| | <center>'''Gevaar in de verte'''</center> |
| | ‘Jullie denken dat jullie ooit woede hebben gekend?” |
| | |
| | Eivor dacht inmiddels van wel. Toen haar vader zijn bijl neerlegde: echte woede. Toen Kjotve de Wrede zijn hoofd eraf hakte en alsnog hun clan uitmoordde: ware furie. Toen ze met de overlevenden naar de <u>Britse eilanden</u><ref group="note">Hoewel de Vikingen ook naar Groot-Brittannië gingen om zich daar te vestigen, vestigden zij zich ook in andere gebieden over heel Europa. Zo krijgt Normandië bijvoorbeeld zijn naam van de Vikingen (Normandië = land van de Noormannen).</ref> reisde om daar een nieuw bestaan op te bouwen: razernij die Odin waardig was. Er was een tijd geweest dat Eivor, nog jong en door boosheid verscheurd, de hemel had uitgedaagd om de Wilde Jacht op te roepen. ‘Sleur me mee!’ had ze geschreeuwd in de striemende regen. Maar Odin liet zich niet makkelijk vangen. Nu was ze ouder en had meer zelfbeheersing. Ze wist ook dat goddelijke interventies niet vaak voorkwamen — dus rekende ze liever op haar eigen vuisten en gewiekstheid. |
| | |
| | Zoals op dit moment. |
| | |
| | Eivor balanceerde op haar hurken op de top van een rotspartij die als een kathedraal in het woud stond. Vanaf hier kon ze de hele regio in de gaten houden. Ze bewoog soepel mee met de rukwinden op deze hoogte, peilde de omgeving. |
| | |
| | In de verte zag ze de top van een abdij, waar mogelijk gouden relieken verborgen lagen, klaar om te roven. Het deed haar denken aan een gerucht dat ze had gehoord: dat de Angelsaksen hier jaloers waren, dat hun vrouwen heimelijk smachtten naar de Noorse indringers. En waarom ook niet? In tegenstelling tot de meurende christen in deze landen, zeepte de Viking wekelijks zijn baard in, kamde zijn haren en verschoonde regelmatig zijn kleding. <u>Simpele hygiëne</u><ref group="note">Tervikl de gemiddelde Europese christen een paar keer per jaar in bad gingen, deden Vikingen dat wekelijks.</ref>. En die priestertjes maar raaskallen dat wij onzedelijk en verwijfd zijn — hun vrouwen weten het ondertussen wel. Gôh. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Raaf Sýnin was Eivors trouwe reisgezel en waarschuwde voor gevaar.'']] |
| | |
| | Een snerp van haar raaf Synin schudde de <u>schildmaagd</u><ref group="note">Een schildmaagd is een zelfstandige, meestal ongehuwde vrouw, die heeft gekozen om te leven en te vechten als een krijger.</ref> uit haar mijmering. De inktzwarte vogel landde op haar schouder en schraapte ongeduldig met haar klauwtje tegen Eivors slaap, alsof ze wilde zeggen: ‘Domkop! Je let niet op!’ |
| | |
| | “Wat heb je gezien, Synin?’ |
| | |
| | Ze wees met haar snavel naar beneden, waar een slordige vijftig meter lager het bos begon. Eivor volgde de blik van haar raaf langs een kronkelende rivier naar de horizon en zag daar tot haar schrik meerdere roodgekleurde zeilen en mastentoppen boven de boomkruinen. |
| | |
| | ‘Een aanvalsvloot… en deze waterroute leidt direct naar Ravensthorpe!’ |
| | |
| | Synin kraste verontwaardigd. |
| | |
| | ‘Ja, ja, ik zat met mijn hoofd in de wolken. Snavel dicht.” |
| | |
| | <center>'''Sprong van de furie'''</center> |
| | Als op commando stoof de vogel weg van haar schouder, op exact het moment dat Eivor al haar spieren aanspande en zichzelf van de rotspunt lanceerde. Wat voor ieder ander een roekeloze zelfmoord zou zijn geweest, was voor haar een koud kunstje om te overleven. Basim ibn Ishaq, de naar fijne oliën geurende vreemdeling uit Samarra, had haar getraind in de kunsten van zijn geheime orde der Verborgenen. Het was hij die haar de uitschuifbare dolk had gegeven die nu om haar onderarm zat — maar haar grootste wapen bleef haar eigen lichaam. Al door de lucht suizend stuurde ze haar val bij. |
| | |
| | Dit is slordig van me, dacht ze. Ik was afgeleid en daardoor zag ik de dreiging niet op tijd. Wiens aanvalsvloot het is, maakt me niet uit; we hebben vijanden genoeg. Vast een van de vele veldheertjes die we tegen het hoofd hebben gestoten. Veel belangrijker is of ik nog op tijd kan komen om Ravensthorpe te waarschuwen. |
| | |
| | Ze weigerde de angst in haar hart toe te laten. Hun nederzetting aan het water was nog pril, kwetsbaar. Losse plunderaars konden de bewoners wel aan, maar als er werkelijk een georganiseerde troepenmacht onverwacht binnenviel… Nee, dat beeld liet ze niet toe. Angst werkte verlammend en was de eerste stap — ze dacht weer aan haar vader die zijn bijl neerlegde — naar lafheid. Liever hield ze vast aan haar woede. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Leermeester Basim schonk Eivor de uitschuifbare dolk. Subtieler dan een strijdbijl, maar minstens even dodelijk.'']] |
| | |
| | Aan het eind van haar snoekduik naar beneden, nog maar enkele meters van de grond vandaan, sloot Eivor haar ogen en kantelde haar lijf, zodat haar rug de klap op zou vangen. Een bottenversplinterende klap — ware het niet dat een hooiberg haar zachtjes opving. Onderaan de rots was een klein paardenverblijf ingericht. Haar merrie, aangelijnd aan een hek en snoepend van het hooi, hinnikte in protest. |
| | |
| | Basim zou trots op haar zijn. |
| | |
| | Eivor rolde rusteloos uit de baal en schudde de sprietjes van zich af. |
| | |
| | ‘Kom, peerd!’ |
| | |
| | In één vloeiende beweging besteeg ze het zadel en greep de teugels. Het kastanjebruine rijdier klapte haar tanden op elkaar. Samen stoven ze het bos in. Synin volgde hoog in de lucht. |
| | |
| | <hr/> |
| | '''De ultieme Viking'''<br>Berserkers waren de ultieme Vikingen: formidabele krijgers en schijnbaar ongevoelig voor pijn. |
| | *'''Berenhuid:''' Berserkers droegen vaak een berenvel. Dit om hun tegenstanders schrik aan te jagen. Vandaar de naam: ber-serk betekent beer-huid. Vlak voor de strijd wierpen ze die af en storten ze zich halfnaakt in de strijd. |
| | *'''Onder invloed:''' Voor het gevecht dansten en zongen berserkers zich in een roes. Vaak gebruikten ze ook hallucinogene middelen zoals vliegenzwam, waardoor ze geen pijn of angst voelden. |
| | *'''Van Odin:''' Berserkers beschouwden zich de strijders van Odin en trokken halfnaakt, vaak zwartgeverfd en met veel kabaal ten strijde. Ze waren de grote schrik van de Romeinen die ze zagen als bezeten en beresterke krijgers. |
| | <hr/> |
| | |
| | <center>'''Ellendige roofdieren'''</center> |
| | Langs de oever of dieper door het woud? |
| | |
| | In de fractie van de seconde die ze had om de afslag te nemen, koos Eivor voor de waterkant. De rivierkust slingerde dan wel, maar het bos lag vol boomwortels en zwerfkeien waar haar paard over kon struikelen. Daarom spoorde ze die aan door modderige paadjes langs rietkragen en stroken lisdodden. Kikkers schuilden in het water als ze langskwam, aalscholvers openden uitdagend hun vleugels. De schildmaagd besteedde er geen aandacht aan. |
| | |
| | Hun voorsprong is enorm, en ze hebben het voordeel van de wind en het water. Ik telde drie zeilen. Dat kan zomaar een overval zijn van veertig, vijftig man sterk. En ook dacht ze, niet zonder eigendunk: Zonder mij zijn ze verloren. |
| | |
| | Alsof het lot haar wilde straffen voor deze hoogmoed, stuitte ze vlak na een bocht op een onneembare barricade. Een morsdood edelhert blokkeerde het nauwe pad en tot overmaat van ramp stonden er twee wolven overheen gebogen, hun bekken diep in de opengereten buik. Het paard probeerde te springen; de wolven keken geschrokken op; Eivor deed een halfslachtige poging om zichzelf uit het zadel te wippen… Nutteloos. De merrie glibberde ongelukkig over het kadaver heen en brak daarbij haar beide voorbenen. Eivor landde lelijk op haar heup, kreeg een kluit slib in haar mond, voelde iets in haar zij prikken. Een geluk bij een ongeluk was dat de wolven het op een lopen zetten — die hadden geen zin in zulke kabaalmakers. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Een paard was onmisbaar in het grote Engeland. Gevaar loerde altijd op de weg.'']] |
| | |
| | Het duurde kostbare seconden voordat Eivor weer overeind wist te krabbelen. |
| | |
| | Basim zou teleurgesteld zijn hoofd schudden. |
| | |
| | ‘Ellendige roofdieren,’ gromde ze, duizelig van de klap. Ze knielde bij haar hijgende ros om de schade te bekijken. Die keek haar met uitpuilende ogen aan. Eivor zag direct dat het mis was: twee gebroken benen betekende dat ze alleen nog een eenvoudige prooi voor de wolven zou zijn. Een gruwelijk einde, een nieuw karkas. |
| | |
| | ‘Stil maar, arm beest.” |
| | |
| | Ze nam het hoofd van de merrie in haar armen en aaide het over haar manen tot ze kalmeerde. Toen, zonder ook maar het geringste geluid te maken, schoof ze de verborgen dolk in haar hals. Ze wist precies waar ze moest zijn voor een snelle, pijnloze dood. Binnen enkele seconden hield het paard op met bewegen. Het was een daad van mededogen. |
| | |
| | Eivor stond op en drukte op haar pijnlijke zij. |
| | |
| | Vervloekt, zonder vervoer lukt het me nooit om Ravensthorpe eerder te bereiken dan die boten. |
| | |
| | <center>'''Race tegen de tijd'''</center> |
| | Er zat niets anders op: ze zette het op een rennen. De Vikingkrijger holde harder dan ze ooit had gedaan, sloeg af in het bos om een kortere route te vinden, maar wist ook dat het een wanhoopsdaad was. Ze zou zichzelf binnen de kortste keren uitputten en tot slot bewusteloos raken. Maar wat moest ze dan, opgeven? |
| | |
| | Een volle tien minuten later voelde ze haar benen al verzuren. |
| | |
| | Néé. Hou vol. |
| | |
| | Maar er was nog een ander probleem waar ze mee kampte: haar zij schrijnde steeds harder, misschien bloedde ze zelfs onder haar dikke laag kleding. Er was alleen geen tijd het na te kijken of te verzorgen. Dan bloedde ze maar! |
| | |
| | Toch wist Eivor dat het een gelopen race was. Dit was niet vol te houden en dat maakte haar niet verdrietig, maar rázend. Onmacht. Toen haar voeten begonnen te brand en en haar kuiten om rust schreeuwden, stond ze stil, zwetend, toevallig op een open plek in het woud, en richtte ze haar blik op de loodgrijze lucht. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Eivor richtte zich steeds vaker tot Odin. Uit dankbaarheid, maar ook steeds vaker om hem te vervloeken.'']] |
| | |
| | ‘Odin!’ tierde ze, haar volle furie projecterend op een Alvader die móést luisteren. ‘Zie hoe kwaad ik ben! Maar mijn huidige woede is slechts een fractie van wat ik zal voelen als ik mijn clanleden niet kan redden. Mijn razernij zal de uwe evenaren, overtreffen zelfs! Zou u kunnen leven met die schande? In boosheid afgetroefd worden door een sterveling? Help mij dan!’ |
| | |
| | In haar jeugd was het nooit gelukt om Odin uit de tent te lokken en Eivor had weinig hoop dat ze nu ineens wel zou slagen. Wat verwachtte ze eigenlijk? Het geklop van hoeven op de wind, spookruiters die haar een lift zouden geven naar het dorp, dank u wel en met de complimenten van Asgaard? |
| | |
| | Ze balde haar vuisten zo hard dat ze haar nagels in haar handpalmen dreef. Haar blik op het wolkendek was nijdig genoeg om overvliegende ooievaars te verstenen. Ze liep op pure drift. Als ze die los zou laten, zou ze ter plekke instorten — en dat mócht simpelweg niet. |
| | |
| | Maar er kwam geen verlossend woord, geen donderklap uit de hemel, geen interventie. |
| | |
| | Dit mag zo niet eindigen. |
| | |
| | <center>'''Fata morgana'''</center> |
| | Eivor wankelde uitgeput op het randje van een afgrond, voelde beneden haar een trog van wanhoop waar ze niet meer uit zou kunnen klimmen. O, ze wankelde… |
| | |
| | Een gesnuif eiste opeens haar aandacht op. |
| | |
| | Ze trok haar bijl, focuste op het struikgewas waar ze het geluid hoorde. Waren de wolven terug? Was zíj de eenvoudige prooi geworden? |
| | |
| | ‘Kom maar op, laffe stropers,’ zei ze stoer, maar inmiddels was ze niet zeker meer van de overwinning. |
| | |
| | Toen liet ze haar wapen zakken en viel haar mond open. Uit de schaduw kwam geen watertandend wolvengebroed aanzetten, maar een onwerkelijk groot paard met een ijswitte, haast tegen het blauw aanlopende vacht. Eivor knipperde met haar ogen om te zien of het een luchtspiegeling was: het ros wandelde naar haar toe op ácht benen. |
| | |
| | ‘Sleipnir.’ |
| | |
| | [[File:|thumb|''Vanuit haar ooghoek zag Eivor haar trouvwe strijdmakker in de lucht.'']] |
| | |
| | Odins eigen rijdier, zijn favoriet, de beste onder alle paarden. Er hing een dreigend aura om hem heen, iets bovennatuurlijks en subliems, dat Eivor haast op haar knieën dwong. Maar ze wist dat ze — nu meer dan ooit — overeind moest blijven, het godenpaard in trots en zelfrespect moest evenaren. |
| | |
| | Ze bood behoedzaam haar hand aan. Sleipnir stond tegenover haar en snoof haar geur op. |
| | |
| | Hij accepteert mij. |
| | |
| | Odins paard was natuurlijk niet uitgerust met ménselijke benodigdheden als een zadel of stijgbeugels, of zelfs maar een kleed om op te zitten, maar Eivor vertrouwde erop dat het zou werken. |
| | |
| | ‘Als het goed genoeg is voor de Alvader…” mompelde ze, alvorens het ros te bestijgen. Dat ging minder sierlijk dan ze had gehoopt, die wond in haar zij eiste zijn tol. “Dus, Sleipnir, als je hier bent om mij te helpen, dan hoef ik je vast niet te vertellen wat de route is?’ |
| | |
| | Inderdaad: de schildmaagd had nog nauwelijks |
| | plaatsgenomen of het paard steigerde ontembaar, |
| | schraapte met zijn acht hoeven in de grond en begon te |
| | draven. |
| | |
| | Eivor had al haar kracht nodig om zich vast te klampen aan de nek. Charmant zag het er niet uit, maar dat kon haar niets schelen. Belangrijker was dat ze sneller dan <u>een drakkar</u><ref group="note">Een Drakkar is een boot die door de Vikingen en de Scandinaviërs werd gebruikt om de zeeën te bevaren tijdens hun krijgers- en kustaanvallen.</ref> in een orkaan door het woud flitste. Takken zwiepten tegen haar hoofd en ze hoorde het gebulder van de acht galopperende benen onder haar — alsof er een heel leger aan ruiters op dreef was. Even was ze weer dat jonge meisje dat droomde over een wilde vlucht over de fjorden. |
| | |
| | Ineens zag Eivor vanuit haar ooghoek een bekende zwarte schaduw meereizen. |
| | |
| | ‘Ah, Synin,’ riep ze boven het gekataklop uit, ‘nú ben je er dus weer?” |
| | |
| | <center>'''Honingbier en schapenvacht'''</center> |
| | Toen Ravensthorpe een uur later werd aangevallen, was Eivor er allang. Ze was in ijltempo van Sleipnir gesprongen en had direct de dorpelingen gealarmeerd. Haar aanwezigheid werkte als klaroengeschal, het vulde iedereen met de vechtlust van een berserker. Barricades werden opgesteld en pijlpunten in de olie gedompeld, kinderen werden verborgen en waakhonden opgezweept. De indringers hadden geen schijn van kans meer. Vanaf het moment dat hun schepen in zicht kwamen en de eerste troepen door de bossen aanvielen, ving een glorieuze slachting aan! Er was geen twijfel over mogelijk dat deze strijd nog lang in liederen zou worden bezongen. |
| | |
| | Pas toen de laatste Angelsaksische bruut was verdreven, liet Eivor de pijn in haar zij toe. Ze wankelde op haar benen — voor het eerst sinds haar aankomst — en werd opgevangen door clangenoot Svend, de tatoeagezetter. |
| | |
| | ‘Dat moet een lelijke verwonding zijn die je daar hebt, Eivor.’ |
| | |
| | ‘Het is niets, Svend. Een kleine prijs om te betalen voor onze overwinning. Je hebt goed gevochten, zojuist” |
|
| |
|
| Donec vehicula, arcu nec lacinia pulvinar, ipsum mi malesuada ligula, eu consequat nisl nunc eget tortor. Vestibulum sed iaculis sem. Vestibulum interdum, mauris eu ultricies pretium, ligula erat suscipit magna, ac aliquam diam sapien ac augue. Integer porta eget sem suscipit vestibulum. Maecenas rutrum dictum maximus. Quisque porttitor nisl ac blandit sollicitudin. Maecenas suscipit iaculis enim nec sagittis.
| | Hij hielp haar discreet naar de grote hal van Ravensthorpe, waar ze een pul honingbier kreeg en de genezer er haastig bij werd gehaald. Eivor dronk gretig van de mede om de steken te verdoven. Odin, dit doet zéér. Voordat de rest erbij kwam, greep ze Svend bij zijn harnas en trok hem dichterbij. |
|
| |
|
| Quisque vitae efficitur felis. Pellentesque vel eros eu lorem ornare mollis eu nec ex. Nunc id purus nec est maximus posuere. Mauris eu sagittis diam. Sed aliquam ornare odio non semper. Curabitur commodo nisl eu elit eleifend malesuada. Nullam bibendum vehicula imperdiet.
| | ‘Zeg eens, dat was een schok, of niet dan? Mij zo aan zien galopperen op Sleipnir zelf!’ |
|
| |
|
| Sed laoreet condimentum volutpat. Sed in erat eget enim molestie rutrum. In elementum vehicula dui, non maximus turpis malesuada in. Donec non blandit nibh. Pellentesque accumsan iaculis nibh, suscipit convallis felis eleifend vitae. Morbi scelerisque nisi mauris, eget bibendum quam eleifend eu. Aliquam vehicula orci a purus feugiat, pharetra imperdiet velit vehicula. Sed ultricies ornare sem, eget ornare est egestas id. Mauris lobortis lobortis feugiat. Fusce sed nunc vitae felis iaculis facilisis. Pellentesque et viverra mauris, nec hendrerit eros. Proin eget felis leo. Sed facilisis nunc id est sagittis, in commodo massa laoreet. Suspendisse semper enim at est auctor sagittis. Nullam volutpat vel turpis id posuere. Vestibulum ex odio, laoreet eget lacus et, rutrum tempor mauris.
| | [[File:|thumb|''Eivor streed als een berserker om haar nederzetting te beschermen.'']] |
|
| |
|
| Nam placerat, augue commodo feugiat consectetur, turpis diam tristique dui, non ultrices felis sapien ut mauris. In eget rutrum ante. Nulla ac magna turpis. Aenean euismod risus dolor, vitae accumsan mauris laoreet eget. Praesent venenatis lorem et blandit bibendum. Praesent a ultrices ligula. Curabitur eget justo massa. Aenean commodo sollicitudin feugiat. Ut placerat, sapien quis rhoncus consectetur, nibh dolor maximus nulla, sed mattis massa eros ac erat. Curabitur laoreet consectetur ex, vitae volutpat mauris mollis ac. Aliquam aliquet risus sit amet cursus vulputate. Aenean condimentum magna id rhoncus scelerisque. Sed vel placerat justo. Curabitur ultricies viverra erat, id scelerisque erat faucibus nec.
| | De oude naaldenprikker keek haar verward, zelfs bezorgd aan. ‘Maar Eivor, ik was erbij toen je hier arriveerde… te vóét. Je brulde over aanvallers en er liep bloed over je enkels naar beneden. Ik denk dat er nog nooit iemand zó lang, zó hard door de bossen heeft gehold als jij vandaag.’ |
|
| |
|
| |-|Dutch=
| | Ze duwde hem hardhandig weg. ‘Hou een ander voor de gek. Ik reed op Sleipnir, het was een gift van Odin zelf” |
| Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nam aliquam nulla id risus vulputate aliquam. Vestibulum accumsan lectus velit, et ornare nisl aliquam id. Morbi pellentesque semper viverra. Donec eu ex eget lectus ullamcorper pellentesque. Mauris vitae placerat erat. Aliquam rutrum ornare eros ullamcorper tincidunt. Proin interdum quis ante vel luctus. Nam dignissim nibh odio, sit amet elementum lorem varius eu.
| |
|
| |
|
| Donec vehicula, arcu nec lacinia pulvinar, ipsum mi malesuada ligula, eu consequat nisl nunc eget tortor. Vestibulum sed iaculis sem. Vestibulum interdum, mauris eu ultricies pretium, ligula erat suscipit magna, ac aliquam diam sapien ac augue. Integer porta eget sem suscipit vestibulum. Maecenas rutrum dictum maximus. Quisque porttitor nisl ac blandit sollicitudin. Maecenas suscipit iaculis enim nec sagittis.
| | Svend besloot duidelijk dat het niet netjes was om de heldin van Ravensthorpe tegen te spreken, zeker niet nu ze gewond was. Hij dekte haar toe met een schapenvacht. Eivor was te verzwakt om zich erover op te winden, liet haar woede voor eventjes bekoelen. Ze dacht alleen, met een flauwe glimlach: Zelfs al heeft niemand anders het gezien, ik wéét wat ik heb meegemaakt. Nee, Odin laat zich niet makkelijk vangen. |
|
| |
|
| Quisque vitae efficitur felis. Pellentesque vel eros eu lorem ornare mollis eu nec ex. Nunc id purus nec est maximus posuere. Mauris eu sagittis diam. Sed aliquam ornare odio non semper. Curabitur commodo nisl eu elit eleifend malesuada. Nullam bibendum vehicula imperdiet.
| | </tabber> |
|
| |
|
| Sed laoreet condimentum volutpat. Sed in erat eget enim molestie rutrum. In elementum vehicula dui, non maximus turpis malesuada in. Donec non blandit nibh. Pellentesque accumsan iaculis nibh, suscipit convallis felis eleifend vitae. Morbi scelerisque nisi mauris, eget bibendum quam eleifend eu. Aliquam vehicula orci a purus feugiat, pharetra imperdiet velit vehicula. Sed ultricies ornare sem, eget ornare est egestas id. Mauris lobortis lobortis feugiat. Fusce sed nunc vitae felis iaculis facilisis. Pellentesque et viverra mauris, nec hendrerit eros. Proin eget felis leo. Sed facilisis nunc id est sagittis, in commodo massa laoreet. Suspendisse semper enim at est auctor sagittis. Nullam volutpat vel turpis id posuere. Vestibulum ex odio, laoreet eget lacus et, rutrum tempor mauris.
| | ;Extra information |
| | <tabber> |
| | |-|English= |
| | PLACEHOLDER |
|
| |
|
| Nam placerat, augue commodo feugiat consectetur, turpis diam tristique dui, non ultrices felis sapien ut mauris. In eget rutrum ante. Nulla ac magna turpis. Aenean euismod risus dolor, vitae accumsan mauris laoreet eget. Praesent venenatis lorem et blandit bibendum. Praesent a ultrices ligula. Curabitur eget justo massa. Aenean commodo sollicitudin feugiat. Ut placerat, sapien quis rhoncus consectetur, nibh dolor maximus nulla, sed mattis massa eros ac erat. Curabitur laoreet consectetur ex, vitae volutpat mauris mollis ac. Aliquam aliquet risus sit amet cursus vulputate. Aenean condimentum magna id rhoncus scelerisque. Sed vel placerat justo. Curabitur ultricies viverra erat, id scelerisque erat faucibus nec.
| | |-|Dutch= |
| | *'''Wat is de Wilde Jacht?''' Een oeroud verhaal uit de Midden-Europese folklore. Dikwijls een razende jachtstoet van de doden, opgejaagd of geleid door Odin, of een notabele gestorven koning, of een vruchtbaarheidsgodin. Er zijn allerlei mythen over wanneer deze optocht verschijnt en hoe je hem kan bezweren. |
| | *'''Een abdij is een geheel van gebouwen dat gebruikt wordt door monniken of nonnen van een kloosterorde. Wat is één van de belangrijkste gebouwen in een abdij?'''<br>''Het klooster'' / <s>De bakkerij</s> |
| | *'''Samarra is het kalifaat van de Abbasiden, welk land vormde het centrum van dit ooit machtige rijk?'''<br>''Irak'' / <s>Egypte</s> |
| | *'''Wist je dat?''' Asgaard in de Noorde mythologie de plaats is waar de Asen en de Asinnen (de Goden) woonden? |
|
| |
|
| </tabber> | | </tabber> |
| Line 568: |
Line 980: |
| [[File:ACM Hidden Stories Enkidu.png|thumb|250px|''Enkidu's Robbery'' cover]] | | [[File:ACM Hidden Stories Enkidu.png|thumb|250px|''Enkidu's Robbery'' cover]] |
| (Dutch: ''De roof van Enkidu'')<ref name="Enkidu">{{Cite web|url=https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-deroofvanenkidu |title=De roof van Enkidu |author=Pauw, Marion |date=September 2023 |publisher=''Ubisoft Special'' |archiveurl=https://web.archive.org/web/20240922151027/https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-deroofvanenkidu |archivedate=22 September 2024 |language=Dutch}}</ref> | | (Dutch: ''De roof van Enkidu'')<ref name="Enkidu">{{Cite web|url=https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-deroofvanenkidu |title=De roof van Enkidu |author=Pauw, Marion |date=September 2023 |publisher=''Ubisoft Special'' |archiveurl=https://web.archive.org/web/20240922151027/https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-deroofvanenkidu |archivedate=22 September 2024 |language=Dutch}}</ref> |
| | {{-}} |
| <tabber> | | <tabber> |
| |-|English= | | |-|English= |
| Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nam aliquam nulla id risus vulputate aliquam. Vestibulum accumsan lectus velit, et ornare nisl aliquam id. Morbi pellentesque semper viverra. Donec eu ex eget lectus ullamcorper pellentesque. Mauris vitae placerat erat. Aliquam rutrum ornare eros ullamcorper tincidunt. Proin interdum quis ante vel luctus. Nam dignissim nibh odio, sit amet elementum lorem varius eu.
| | PLACEHOLDER |
| | |
| | |-|Dutch= |
| | ‘Het kan. Nu!’ |
| | |
| | Fajah grijpt de onderste tak van de oude <u>Perzische eik</u><ref group="note">De Perzische eik komt van nature voor in de bosgebieden tussen de Zwarte Zee en de Kaspische Zee en in het noorden van Irak en Iran, het voormalige Perzië. De boom kan tot wel 1.000 jaar oud en 25 à 30 meter hoog worden.</ref> vast. Boven zich hoort ze de keizersarenden naar elkaar roepen. Hun nest ligt op zo’n zeven meter hoogte. Ze heeft misschien één of twee minuten om het te bereiken en weer naar beneden te komen. Snel begint ze te klimmen. Ze heeft dit al vaak geoefend. Vroeger haalde haar opa zelf de eieren uit het nest. Het liefste zou hij dat nog steeds doen, maar het is gevaarlijk en zijn oude lichaam kan het niet meer. |
| | |
| | Terwijl ze klimt, laat haar opa een paar honderd meter verderop een vlieger buitelingen maken in de lucht. De vlieger is gemaakt van fijngeweven zijde waarop ze veren hebben geplakt, zodat het op een arend lijkt. Keizersarenden zijn territoriale dieren. Ze zullen geen andere roofvogel in de buurt van hun nest toestaan. Ook nu doen ze pogingen om de vlieger aan te vallen, maar ze hebben de wendbaarheid niet om hem bij te houden. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Een arendsei uit het nest stelen is heel gevaarlijk. Wie niet oppast, riskeert zijn leven.'']] |
| | |
| | Behendig beweegt Fajah door de takken naar boven. Soms moet ze zich een stukje aan haar armen optrekken, zo sterk is ze. Bovendien wil ze haar opa niet in de steek laten. Ze adoreert hem, hij is de enige die ze nog heeft. En zij is de enige die hij nog heeft. Het werk dat hij met de arenden doet is gevaarlijk. Hij wil haar niet vertellen waarom. De gevolgen zijn groot als het hen niet lukt om dit ei te pakken te krijgen. Iemand wacht erop. Iemand die belangrijk is. Opa probeerde er luchtig over te doen, maar ze hoorde de bezorgdheid in zijn stem. Op dit soort momenten verlangt ze naar haar moeder die er al heel lang niet meer is. Net als de rest van haar familie ligt ze begraven in de woestijn, in een graf met honderden doden. |
| | |
| | In het enorme nest liggen drie eieren in de kleur van rivierstenen met enkele bruine vlekjes. Ze zijn net iets groter dan een kippenei. ‘Neem de meest stralende,’ hoort ze in haar hoofd de stem van haar opa zeggen, maar in de schaduw van het bladerdek lijken alle eieren precies hetzelfde. Ze aarzelt. ‘Het ei dat je het meest aantrekt. Niet over nadenken. Vertrouw op je gevoel.’ |
| | |
| | Nog steeds twijfelt ze. Welk ei moet ze hebben? Wat als ze niet het juiste kiest? Ze strekt haar hand uit. Twijfelt weer. Nog steeds ziet ze geen enkel verschil. Ze wil opa niet teleurstellen. Ze wil hem laten zien dat ze het kan en dat ze op een dag net zo’n belangrijke roofvogeltrainer zal worden als hij. |
| | |
| | Het duurt te lang. Het mannetje, de kleinste keizerarend, heeft de vlieger te pakken. Met zijn scherpe klauwen scheurt hij de stof aan flarden. De restanten van de vlieger vallen op de kale grond. Even vliegt het mannetje door met een stukje stof waar nog een paar veren aan vastgeplakt zitten, maar dan voelen zijn gevoelige klauwen dat er geen bloed doorheen stroomt en laat hij het vallen. |
| | |
| | <center>'''Angst'''</center> |
| | ‘Fajah!’ hoort ze haar opa schreeuwen. ‘Schiet op!’ |
| | |
| | Ze grijpt het ei dat het dichtste bij haar ligt en terwijl ze hem in haar hand houdt, begint ze de afdaling te maken. Het vrouwtje, de grootste arend, ziet haar als eerste. Met uitgestrekte klauwen stort ze zich uit de lucht naar beneden. Klauwen waarmee ze een klein zoogdier kan doden en een mens ernstig verwonden. De takken van de boom zijn de enige bescherming die Fajah heeft. Ze duikt in elkaar, weet de woedende vogel net te ontwijken. |
| | |
| | Ook het mannetje heeft haar nu in de gaten. Hij cirkelt om de boom heen, wachtend op het moment waarop hij haar kan bereiken. Ondertussen laat hij zijn roep bij gevaar horen: ‘Owk owk owk.’ |
| | |
| | ‘Fajah!’ roept opa weer. Hij staat inmiddels hijgend onderaan de boom. Paniek klinkt in zijn stem. Ze is zich bewust van het ei in haar hand. Ze probeert hem in het met dons gevulde zakje aan haar riem te laten glijden, zodat hij niet kan breken, maar het lukt niet met één hand en ze kan de tak niet loslaten, want dan valt ze zeker naar beneden. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Het vrouwtje maakte zich klaar voor een duikvlucht.'']] |
| | |
| | De moeder doet nog een poging. Deze keer stoot ze dwars door de bladeren heen. Takken kraken. Fajah kijkt recht in de lichtgrijze ogen van de vogel omlijst door de gele oogleden. Haar gekromde snavel met de scherpe punt eraan opent zich in een poging om haar te pikken. De vogel is door het dolle heen en niet van plan om op te geven. |
| | |
| | “Fajah! Ze hoort de angst in opa's stem. Misschien moet ze het ei naar beneden gooien in de hoop dat hij het zal vangen. Het risico is te groot. En één ding is zeker, wat er ook gebeurt, het ei moet heel blijven. Nog steeds doen de vogels pogingen om bij haar te komen. Ze klemt haar hand steviger om de tak heen. Kijkt of ze niet op de een of andere manier een paar takken lager kan klimmen. |
| | |
| | De vogels cirkelen krijsend om de boom heen. Hun <u>spanwijdte</u><ref group="note">De spanwijdte van een vogel is de afstand tussen de twee vleugeluiteinden als de vogel vliegt. De vogel met de grootste spanwijdte, is de Grote Albatros, met 3,7 meter.</ref> is bijna twee meter en van dichtbij zien ze er angstaanjagend uit. Voorzichtig verplaatst Fajah haar gewicht en probeert een tak lager te komen. Bijna verliest ze haar evenwicht. Geschrokken klemt ze zich weer vast. Nog steeds met het ei in haar hand. Ze is bang dat ze het in een onoplettend moment zal breken. |
| | |
| | <center>'''Opa Eymen'''</center> |
| | Opa begint te fluiten, zoals hij altijd doet wanneer hij een van zijn vogels bij zich roept. Het is een schrille en hoge toon. Hij begint met zijn armen te zwaaien. “Ka-koe!’ roept hij. ‘Ka-koe!’ |
| | |
| | Beide vogels zijn afgeleid. Snel laat Fajah het ei in het zakje glijden en klimt een meter naar beneden. Opa staat nog steeds te zwaaien en maakt kleine sprongetjes in de lucht. ‘Ka-koe!’ schreeuwt hij weer. ‘Ka-koe!’ |
| | |
| | Dan besluit het vrouwtje dat het gevaar op de grond groter is dan dat in de boom en neemt een duikvlucht naar beneden. Ze scheert vlak langs hem heen. Het mannetje volgt haar voorbeeld. |
| | |
| | ‘Ren!’ roept opa terwijl hij de vogels van zich af probeert te slaan. ‘Ren! Ik kom zo achter je aan!’ |
| | |
| | Binnen enkele seconden klimt Fajah naar beneden. Ze zet het op een lopen, zo hard als ze kan. Dwars door de velden met de lentebloemen, langs het kleine bergbeekje dat vol met water zit van de gesmolten sneeuwtoppen. In de verte torent het pasgebouwde fort Alamut hoog boven haar uit. Ze is er één keer geweest, toen haar ouders en broers nog leefden. Het fort is gebouwd als een arendsnest en kijkt uit over de wijde omgeving, maar ze was vooral onder de indruk van de prachtige tuinen. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Het duurde jaren om het fort van Alamut te bouwen. Naast een verstevigde burcht herbergde het ook een belangrijke bibliotheek.'']] |
| | |
| | Tegenwoordig wonen opa en zij in een huisje dat verstopt zit tussen de rotswanden van het dal. Niemand mag weten waar ze zijn. Het werk dat ze doen is te belangrijk. De hut is zeker een kwartier lopen vanaf de eikenboom waar ze opa en de keizersarenden heeft achtergelaten. Als ze er bijna is, durft ze pas kalmer aan te doen. Ze loopt extra langzaam zodat opa haar in kan halen. Maar hij komt niet. |
| | |
| | Voor het huis blijft ze staan wachten. Vanaf de buitenkant lijkt het op een ingestorte grot. Een stapel stenen die de toegang tot een kloof versperren. Als je om de stenen heen loopt, zie je pas dat het een constructie is. Een dak. Een deur. Het ei bungelt in het tasje tegen haar zij. Ze weet dat ze het zo snel mogelijk naar binnen moet brengen. Naar het kastje van klei dat met een klein vuurtje warm wordt gehouden. Omstebeurt zullen ze wakker blijven om te zorgen dat het niet uitdooft. ‘Opa!’ roept ze. |
| | |
| | Geen antwoord. Alleen het weerkaatsen van haar stem tegen de gladde rotswanden. |
| | |
| | ‘Opa!’ |
| | |
| | Nog steeds geen antwoord. |
| | |
| | Het ei. Wat er ook gebeurt, opa zou willen dat ze het ei in veiligheid brengt, dus dat doet ze. Ze loopt het huis binnen. Het is eenvoudig ingericht met een houten tafel met twee stoelen. Aan de zijkant van de ruimte staan de kooien voor de roofvogels. Erachter een aparte kamer waar zij en opa slapen. Ze legt het donzen zakje in het kastje van klei en controleert het vuur. Ze doet er een klein blokje hout bij. De juiste temperatuur is essentieel om het ei over enkele dagen uit te laten komen. |
| | |
| | <hr/> |
| | *'''Arendsblik:''' Zijn fenomenale gezichtsvermogen maakt van de keizerarend de ultieme jager. Door het grote aantal staafjes in zijn ogen kan hij ontzettend veel visuele informatie per seconde verwerken. Hij ziet ook zo'n 4 à 5 keer scherper dan de mens en kan een haas vanaf enkele kilometers hoog spotten. |
| | *'''Krachtdier:''' De arend behoort tot de 10 sterkste dieren ter wereld. Met zijn klauwen kan hij prooien optillen die wel vier keer groter zijn dan hij. Niet alleen moet je oppassen voor diepe snijwonden, een arend heeft ook genoeg kracht in zijn poten om een mensenarm doormidden te breken. |
| | *'''UV-filter:''' Naast de gebruikelijke kleuren kan de arend ook ultraviolette kleuren waarnemen. En dat helpt bij het jagen. Zo kan hij de urinesporen van prooien zoals muizen waarnemen. Die hem rechtstreeks naar zijn prooi leiden. |
| | *'''Valkerij:''' Het trainen van roofvogels ontstond in het Midden-Oosten en Centraal-Azië. Omdat ze zulke goede jagers zijn, werden arenden gebruikt door nomaden om op klein wild te jagen in uitgestrekte grasvelden. Pas na de kruistochten waaide het over naar Europa waar de roofvogelsport uitgroeide tot de favoriete sport van vorsten en heersers. |
| | <hr/> |
| | |
| | <center>'''Donkerrode vlekken'''</center> |
| | Dan draait ze zich om, rent de hut uit om opa te zoeken. Ze verwacht dat hij haar ergens halverwege tegemoet zal lopen, maar het knagende gevoel in haar onderbuik vertelt een ander verhaal. Ze heeft strikte instructies om geen lawaai te maken. Je weet nooit wie je kan horen. De vijand is overal. Maar ze blijft hem roepen, tegen beter weten in. |
| | |
| | Dan komt ze aan bij de eikenboom. De arenden zitten alweer hoog in hun nest alsof er niets aan de hand is. Geen spoor van opa te bekennen. Pas als ze dichterbij komt, ziet ze zijn gestalte liggen in het hoge gras. |
| | |
| | ‘Opa?’ vraagt ze voorzichtig. Zijn eenvoudige bruingrijze wollen cape is bedekt met donkerrode vlekken. ‘Opa?’ vraagt ze nog een keer. |
| | |
| | Hij beweegt. Gelukkig. Ze hurkt naast hem neer. ‘Gaat het?’ Door zijn dunne witte haar ziet ze de wonden op zijn hoofd. En niet alleen daar. Op zijn rechterarm zijn de gaten zichtbaar waar de scherpe klauwen de huid hebben doorboord. Ze ziet zijn vlees naar buiten stulpen en stukken van het bot van zijn onderarm waar het vlees helemaal is weggehouwen. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Een arendsei uit het nest stelen is aartsgevaarlijk. Wie niet oppast, bekoopt het met zijn leven.'']] |
| | |
| | ‘Fajah.’ Hij kijkt op en perst een glimlach tevoorschijn. Hijgend gaat hij verder. ‘Is het veilig?’ |
| | |
| | ‘Ja, het ei ligt in de kast.’ |
| | |
| | ‘Gelukkig.’ Hij ademt oppervlakkig en moeizaam. Zijn woorden zijn nauwelijks verstaanbaar. ‘Dat is. het belangrijkste.’ Ze ziet nu dat de vogels zijn slagaders hebben doorboord. Op het ritme van zijn hart wordt helderrood bloed uit zijn pols naar buiten gepompt. Snel trekt ze haar riem af en bindt het strak om zijn arm heen om het bloeden te stoppen. Zijn huid, die normaal de kleur van het lichtbruine zand in de rivierbedding heeft, is grauw. Ze weet niet of het te laat is. |
| | |
| | ‘“Roshan,’ brengt hij dan uit. |
| | |
| | “Wie is dat?’ vraagt ze. |
| | |
| | ‘Ze komt… wanneer… hij. klaar is” Zijn mond zakt een stukje open. Zijn ogen lijken in het niets te staren. Ver voorbij de hoogte waarop de arenden in hun nest zitten, ver voorbij de wolken. Dit is allemaal mijn schuld, denkt Fajah. |
| | |
| | <center>'''Donzig beest'''</center> |
| | Na twee dagen komt het ei uit. Een wit donzig beestje met nieuwsgierige zwarte oogjes en een klein krom snaveltje komt tevoorschijn. Ondanks het verdriet dat Fajah voelt om haar opa, moet ze toch glimlachen als ze het kleine kopje ziet. ‘Ik noem je Enkidu,’ fluistert ze. Ze kent Enkidu uit de sprookjes die haar opa haar vroeger vertelde als ze op hun met schapenvachten bedekte bedden lagen. Enkidu was een onoverwinnelijke krijger, opgevoed door beesten en voor niemand bang. Ze denkt terug aan opa’s vertrouwde stem in het donker. Hoe veilig ze zich voelde. Hoe ze moest lachen om de grapjes die hij maakte of soms haar adem inhield bij zijn griezelverhalen. |
| | |
| | Fajah kan wel een Enkidu gebruiken in haar leven. Nu opa er niet meer is, staat ze er helemaal alleen voor. Iedereen die ze ooit gekend heeft is dood. Soms kocht opa vlees of vachten van herders die een paar valleien verder hun schapen laten grazen. Hij heeft haar altijd op het hart gedrukt om nooit alleen de mannen te benaderen. Hij vertelde er niet bij waarom, maar ze heeft het idee dat het weleens te maken zou kunnen hebben met het bloed dat ze nu een keer per maand verliest en waarvoor opa haar een linnen zakje heeft gegeven dat ze opvult met mos. |
| | |
| | Al snel nadat de kleine arend helemaal uit het ei gekropen is, begint het een piepend geluid te maken. Fajah en opa hebben in een aparte ruimte een hermetisch afgesloten houten krat waarin ze levende muizen houden. Met de leren handschoen van haar opa aan, vist ze er eentje uit en steekt hem dood met haar dolk. Daarna snijdt ze hem in kleine stukjes, doopt die in water en voert die aan het kleine vogeltje. Gretig schrokt het beestje de stukjes vlees naar binnen. Ze voert nu de vogel nog met de hand, maar al snel zal ze het vlees voor de vogel op een andere plek klaarleggen, zodat hij haar niet zal gaan pikken zodra hij haar ziet. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Fajah's familie werd op klaarlichte dag uitgemoord door de troepen van de Orde.'']] |
| | |
| | Het opvoeden van een jong vogeltje zal nauwkeurig en met geduld en liefde moeten gebeuren. Hij zal zich moeten hechten aan mensen in plaats van zijn soortgenoten en tegelijkertijd zal hij moeten leren gehoorzamen. |
| | |
| | Nadat Enkidu zijn allereerste maaltje heeft gegeten, klemt ze een metalen ring om zijn pootje, zoals ze opa dat vaker heeft zien doen. Vroeger hield hij zo’n vijf of zes vogels tegelijkertijd die hij grootbracht en trainde. Totdat de Orde van de Ouden kwam en haar ouders, broers én de vogels vermoordde. Zij en opa hadden weten te ontsnappen omdat ze buiten in de vallei waren geweest om naar keizersarenden te zoeken. Ze kon zich niet veel meer van die dag herinneren, behalve dat ze thuiskwamen in het dorp en opa snel zijn hand voor haar ogen sloeg en daarna een kap over haar hoofd heen trok. Ze had niets gezien, maar ze had het jammeren van de weinige overlevenden gehoord en ze had het bloed geroken. Opa had nog wat spullen uit hun huis gered en daarna had hij haar meegenomen, terug de vallei in waar ze zich al lange tijd schuilhielden. |
| | |
| | Ze had hem vaak gevraagd naar wat er was gebeurd, maar hij had nooit antwoord willen geven. Het enige dat ze wist was dat hij op een dag in het voorjaar thuiskwam en haar opgetogen vertelde dat het tijd was voor een nieuwe keizersarend. |
| | |
| | <center>'''Grafsteen'''</center> |
| | Nu hij er niet meer is, heeft ze geen idee wat de bedoeling is. Wie is Roshan, vraagt ze zich telkens af. Hoe weet ik waar en wanneer ik haar zal ontmoeten? Het enige dat ze nu kan bedenken is dat ze de vogel zal grootbrengen en trainen, precies zoals ze haar hele leven al heeft geleerd van opa. |
| | |
| | Na veertien dagen komen de eerste donkere veertjes op de rug van Enkidu tevoorschijn. Hij eet inmiddels acht tot tien keer per dag. De muizen in de krat planten zich in hoog tempo voort, maar Fajah gaat ook op jacht om hazen en zangvogels te schieten met haar katapult. Het is het beste als de jonge arend zoveel mogelijk soorten vlees eet om op te groeien tot een sterke vogel. |
| | |
| | Een paar weken later wordt het tijd voor zijn eerste vlucht. Ze neemt Enkidu, gezeten op haar lederen handschoen, mee naar buiten. Zijn verenkleed is nog niet af, maar hij heeft inmiddels de eerste slagpennen aan zijn vleugels en zal korte afstanden moeten kunnen vliegen. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Ze droomde dat Enkidu was uitgegroeid tot een machtige vogel en wraak nam voor haar vermoorde ouders en broers.'']] |
| | |
| | Het is inmiddels hoogzomer. De ouders van Enkidu zijn al doorgevlogen naar het noorden, geen enkele van hun andere eieren is uitgekomen. Op de plek waar opa is gestorven en ze hem heeft begraven, heeft ze een mooie grote steen gelegd. De wind strijkt zachtjes door het verenkleed van Enkidu en maakt een zacht ruisend geluid. |
| | |
| | ‘Vlieg, Enkidu,’ zegt Fajah en probeert hem in de lucht te gooien. Hij klemt stevig de handschoen met zijn klauwen vast. Hij kijkt haar even aan alsof hij zich afvraagt wat ze in vredesnaam van hem wil. Pas na een paar pogingen lijkt hij het te begrijpen. Hij klappert een paar keer met zijn vleugels en weet een paar meters af te leggen. ‘Goed zo!’ roept Fajah. Voor het eerst sinds opa’s dood verschijnt er een brede lach op haar gezicht. |
| | |
| | Na een paar weken lukt het Enkidu om steeds hoger en steeds verder te vliegen. Zijn vleugels zijn inmiddels zandkleurig met zwarte penveren, het zal nog vijf jaar duren voordat hij de volwassenheid bereikt en zijn uiteindelijke kleuren heeft. Soms ziet ze hem zweven op de thermiek om opeens een duikvlucht naar beneden te maken. Ze heeft een loer gemaakt van een stuk opgevuld leder dat ze aan een touw om zich heen zwiept. Steeds vaker lukt het Enkidu om de ‘prooi’ te pakken te krijgen. Vaak heeft ze het gevoel dat ergens opa haar kan zien en trots op haar is. |
| | |
| | <center>'''Roshan'''</center> |
| | Twee jaar later. Ze wordt midden in de nacht wakker. Voetstappen om het huis. Snel grijpt ze de dolk die altijd naast haar op de grond ligt. Ook Enkidu is wakker geworden. Ze hoort hem onrustig schuifelen op het houten blok waar hij ’s nachts op slaapt. Met de dolk in haar handen sluipt ze naar de ingang en duwt geruisloos de deur open. |
| | |
| | ‘Eymen?’ hoort ze een vrouw met een zware lage stem zeggen. |
| | |
| | Het is lange tijd geleden dat ze de naam van haar opa heeft gehoord. Fajah houdt haar adem in. Ze voelt haar vingers zich steviger om haar dolk sluiten. |
| | |
| | ‘Eymen?’ vraagt de vrouw nogmaals. |
| | |
| | “Wie is daar?’ vraagt Fajah. |
| | |
| | ‘Roshan.’ |
| | |
| | Fajah komt behoedzaam achter de stenen tevoorschijn. In het maanlicht staat een gedaante in een wit gewaad met donkerrode accenten. Vaag herinnert ze zich dit kostuum eerder te hebben gezien. Ze kan zich alleen niet meer herinneren waar en wanneer. |
| | |
| | “Je komt de vogel halen,’ zegt Fajah met trillende stem. Ze weet dat dit het moment is. Het moment waarvan ze hoopte dat het nooit zou komen. |
| | |
| | Roshan knikt alleen maar. Ze heeft een verweerd gezicht. Het gezicht van iemand die veel heeft gevochten en weet wat het is om te winnen en te verliezen. |
| | |
| | “Ik zal hem halen’ Met zware benen loopt Fajah naar binnen. Enkidu is alert, onrustig, alsof hij weet wat er gaat gebeuren. Ze maakt de dunne ketting waarmee hij vastzit aan het blok los en gebaart dat hij op de handschoen moet zitten. Gehoorzaam doet hij wat ze vraagt. Ze voelt dat ze ieder moment kan gaan huilen, maar drukt de tranen weg. Ze moet sterk zijn, voor opa. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Fajah herkende de kledij van de mysterieuze Roshan. Alsof ze die ooit al eerder heeft gezien.'']] |
| | |
| | Met de vogel op haar hand loopt ze naar buiten. |
| | |
| | ‘Hij is prachtig,’ zegt Roshan. ‘Is hij klaar?’ |
| | |
| | Ze knikt. |
| | |
| | Roshan kijkt haar vriendelijk aan. “Ik begrijp dat het moeilijk is. Maar deze vogel gaat veel betekenen voor ons volk. Ooit gaan er betere tijden komen.’ Ze steekt haar gehandschoende hand uit. |
|
| |
|
| Donec vehicula, arcu nec lacinia pulvinar, ipsum mi malesuada ligula, eu consequat nisl nunc eget tortor. Vestibulum sed iaculis sem. Vestibulum interdum, mauris eu ultricies pretium, ligula erat suscipit magna, ac aliquam diam sapien ac augue. Integer porta eget sem suscipit vestibulum. Maecenas rutrum dictum maximus. Quisque porttitor nisl ac blandit sollicitudin. Maecenas suscipit iaculis enim nec sagittis.
| | Enkidu beweegt niet. Hij kijkt haar aan met zijn heldergrijze ogen. Ze is het enige wat hij ooit heeft gekend. |
|
| |
|
| Quisque vitae efficitur felis. Pellentesque vel eros eu lorem ornare mollis eu nec ex. Nunc id purus nec est maximus posuere. Mauris eu sagittis diam. Sed aliquam ornare odio non semper. Curabitur commodo nisl eu elit eleifend malesuada. Nullam bibendum vehicula imperdiet.
| | ‘Ga, Enkidu,’ zegt Fajah. ‘Ga.’ Ze maakt een kleine beweging met haar onderarm, zodat hij begrijpt wat de bedoeling is. |
|
| |
|
| Sed laoreet condimentum volutpat. Sed in erat eget enim molestie rutrum. In elementum vehicula dui, non maximus turpis malesuada in. Donec non blandit nibh. Pellentesque accumsan iaculis nibh, suscipit convallis felis eleifend vitae. Morbi scelerisque nisi mauris, eget bibendum quam eleifend eu. Aliquam vehicula orci a purus feugiat, pharetra imperdiet velit vehicula. Sed ultricies ornare sem, eget ornare est egestas id. Mauris lobortis lobortis feugiat. Fusce sed nunc vitae felis iaculis facilisis. Pellentesque et viverra mauris, nec hendrerit eros. Proin eget felis leo. Sed facilisis nunc id est sagittis, in commodo massa laoreet. Suspendisse semper enim at est auctor sagittis. Nullam volutpat vel turpis id posuere. Vestibulum ex odio, laoreet eget lacus et, rutrum tempor mauris.
| | De vogel wipt over naar de andere handschoen. Roshan maakt het kettinkje vast zodat hij niet weg kan vliegen. |
|
| |
|
| Nam placerat, augue commodo feugiat consectetur, turpis diam tristique dui, non ultrices felis sapien ut mauris. In eget rutrum ante. Nulla ac magna turpis. Aenean euismod risus dolor, vitae accumsan mauris laoreet eget. Praesent venenatis lorem et blandit bibendum. Praesent a ultrices ligula. Curabitur eget justo massa. Aenean commodo sollicitudin feugiat. Ut placerat, sapien quis rhoncus consectetur, nibh dolor maximus nulla, sed mattis massa eros ac erat. Curabitur laoreet consectetur ex, vitae volutpat mauris mollis ac. Aliquam aliquet risus sit amet cursus vulputate. Aenean condimentum magna id rhoncus scelerisque. Sed vel placerat justo. Curabitur ultricies viverra erat, id scelerisque erat faucibus nec.
| | ‘Hij heet Enkidu,’ zegt Fajah, terwijl ze een kapje over zijn hoofd doet. Als het kapje straks eraf mag, zal hij in een andere omgeving zijn bij andere mensen. Ver weg bij alles wat hij ooit heeft gekend. Het voelt als verraad. |
|
| |
|
| |-|Dutch=
| | ‘Hij zal in goede handen zijn,’ zegt Roshan, terwijl ze zich omdraait. |
| Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nam aliquam nulla id risus vulputate aliquam. Vestibulum accumsan lectus velit, et ornare nisl aliquam id. Morbi pellentesque semper viverra. Donec eu ex eget lectus ullamcorper pellentesque. Mauris vitae placerat erat. Aliquam rutrum ornare eros ullamcorper tincidunt. Proin interdum quis ante vel luctus. Nam dignissim nibh odio, sit amet elementum lorem varius eu.
| |
|
| |
|
| Donec vehicula, arcu nec lacinia pulvinar, ipsum mi malesuada ligula, eu consequat nisl nunc eget tortor. Vestibulum sed iaculis sem. Vestibulum interdum, mauris eu ultricies pretium, ligula erat suscipit magna, ac aliquam diam sapien ac augue. Integer porta eget sem suscipit vestibulum. Maecenas rutrum dictum maximus. Quisque porttitor nisl ac blandit sollicitudin. Maecenas suscipit iaculis enim nec sagittis.
| | Fajah knikt, nog steeds vechtend tegen haar tranen. Langzaam verdwijnt de witte gestalte in de nacht met op haar arm de vogel waar ze zoveel van houdt. |
|
| |
|
| Quisque vitae efficitur felis. Pellentesque vel eros eu lorem ornare mollis eu nec ex. Nunc id purus nec est maximus posuere. Mauris eu sagittis diam. Sed aliquam ornare odio non semper. Curabitur commodo nisl eu elit eleifend malesuada. Nullam bibendum vehicula imperdiet.
| | In de lente zullen de keizersarenden hopelijk terugkomen en zal ze een nieuw ei vinden. Voor opa, voor ons. |
|
| |
|
| Sed laoreet condimentum volutpat. Sed in erat eget enim molestie rutrum. In elementum vehicula dui, non maximus turpis malesuada in. Donec non blandit nibh. Pellentesque accumsan iaculis nibh, suscipit convallis felis eleifend vitae. Morbi scelerisque nisi mauris, eget bibendum quam eleifend eu. Aliquam vehicula orci a purus feugiat, pharetra imperdiet velit vehicula. Sed ultricies ornare sem, eget ornare est egestas id. Mauris lobortis lobortis feugiat. Fusce sed nunc vitae felis iaculis facilisis. Pellentesque et viverra mauris, nec hendrerit eros. Proin eget felis leo. Sed facilisis nunc id est sagittis, in commodo massa laoreet. Suspendisse semper enim at est auctor sagittis. Nullam volutpat vel turpis id posuere. Vestibulum ex odio, laoreet eget lacus et, rutrum tempor mauris.
| | - Einde - |
| | </tabber> |
|
| |
|
| Nam placerat, augue commodo feugiat consectetur, turpis diam tristique dui, non ultrices felis sapien ut mauris. In eget rutrum ante. Nulla ac magna turpis. Aenean euismod risus dolor, vitae accumsan mauris laoreet eget. Praesent venenatis lorem et blandit bibendum. Praesent a ultrices ligula. Curabitur eget justo massa. Aenean commodo sollicitudin feugiat. Ut placerat, sapien quis rhoncus consectetur, nibh dolor maximus nulla, sed mattis massa eros ac erat. Curabitur laoreet consectetur ex, vitae volutpat mauris mollis ac. Aliquam aliquet risus sit amet cursus vulputate. Aenean condimentum magna id rhoncus scelerisque. Sed vel placerat justo. Curabitur ultricies viverra erat, id scelerisque erat faucibus nec.
| | ;Extra information |
| | <tabber> |
| | |-|English= |
| | PLACEHOLDER |
|
| |
|
| | |-|Dutch= |
| | *'''Bij de keizerarenden is het mannetje kleiner dan het vrouwtje. Ook is er een verschil in gewicht. Het mannetje weegt gemiddeld een kwart minder dan het vrouwtje.'''<br>''Waar'' / <s>Niet waar</s> |
| | *'''Wist je dat?''' De roofvogel met de snelste duikvlucht de slechtvalk is? Vanaf een kilometer hoogte kunnen ze tijdens hun duikvlucht snelheden van 350 km/u bereiken. Bij een afgerichte slechtvalk is zelfs een snelheid gemeten van 389 km/u! |
| | *'''Alamut is gebouwd door een oude Perzische koning. Het verhaal begon dat hij op jacht was in een afgelegen vallei, waarbij hij een enorme arend op een rots zag landen, die moeilijk te bereiken was. Hij besloot daar een fort te bouwen en noemde het Alamut. Wat betekent Alamut?'''<br><s>Het Noorden</s> / ''Adelaarsnet'' |
| | *'''Wat is de optimale broedtemperatuur voor de meeste vogels?'''<br><s>Het Noorden</s> / ''Adelaarsnet'' |
| | *'''Wist je dat?''' Een loer een instrument is om jachtvogels mee te lokken? Door de loer rond te laten draaien wordt de aandacht van de vogel getrokken en denkt hij dat het een prooi is. Het spreekwoord ‘Temand een loer draaien’ stamt hiervan af. Dat betekent dat iemand op stiekeme wijze wordt bedonderd. |
| | *De Assassins gebruikten gif om de pijl extra effectief te maken. De gezondheidszorg was in die tijd namelijk lang niet zo goed als nu, waardoor een geïnfecteerde wond vaak slecht afliep. |
| </tabber> | | </tabber> |
|
| |
|
| Line 596: |
Line 1,169: |
| [[File:ACM Hidden Stories Path.png|thumb|250px|''The Path of the Hidden Ones'' cover]] | | [[File:ACM Hidden Stories Path.png|thumb|250px|''The Path of the Hidden Ones'' cover]] |
| (Dutch: ''Het pad der Verborgenen'')<ref name="Hidden Ones">{{Cite web|url=https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-hetpadderverborgenen |title=Het pad der Verborgenen |author=Orie, Rima |date=September 2023 |publisher=''Ubisoft Special'' |archiveurl=https://web.archive.org/web/20240922151138/https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-hetpadderverborgenen |archivedate=22 September 2024 |language=Dutch}}</ref> | | (Dutch: ''Het pad der Verborgenen'')<ref name="Hidden Ones">{{Cite web|url=https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-hetpadderverborgenen |title=Het pad der Verborgenen |author=Orie, Rima |date=September 2023 |publisher=''Ubisoft Special'' |archiveurl=https://web.archive.org/web/20240922151138/https://browserclient.twixlmedia.com/6634cf1fd63b4f31b63d367ff10b4df8/leesverhaal-hetpadderverborgenen |archivedate=22 September 2024 |language=Dutch}}</ref> |
| | {{-}} |
| <tabber> | | <tabber> |
| |-|English= | | |-|English= |
| Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nam aliquam nulla id risus vulputate aliquam. Vestibulum accumsan lectus velit, et ornare nisl aliquam id. Morbi pellentesque semper viverra. Donec eu ex eget lectus ullamcorper pellentesque. Mauris vitae placerat erat. Aliquam rutrum ornare eros ullamcorper tincidunt. Proin interdum quis ante vel luctus. Nam dignissim nibh odio, sit amet elementum lorem varius eu.
| | PLACEHOLDER |
| | |
| | |-|Dutch= |
| | Haar omslagdoek kleurde rood in het licht van de ondergaande zon. |
| | |
| | Rayan bracht al rennend over de daken van Bagdad zijn polsmes omhoog en liet zijn wapen wegschieten. Zijn dolk scheerde vlak langs haar wang en verdween achter haar. Hij zag dat ze met een hand langs haar wang ging, maar ze viel niet, wankelde zelfs niet. |
| | |
| | Hij had gemist. |
| | |
| | Basim, die naast hem rende, wierp hem een korte blik toe. |
| | |
| | Woorden waren niet nodig. Rayan wist dat hij te snel had gehandeld en daardoor slordig was geweest. Hij was inmiddels ruim een jaar bij Basim in de leer om opgenomen te worden door de Verborgenen, een groep die streed tegen de machtige Orde van de Ouden, dus hij kon zichzelf wel voor zijn hoofd slaan. Hij was ver genoeg met zijn opleiding om te weten dat dit soort kleine misstappen het verschil tussen leven en dood konden betekenen. |
| | |
| | Voor hen stapte de vrouw van een plat dak en verdween in de diepte. |
| | |
| | Rayan wilde haar achterna springen, maar Basim hield hem met een uitgestrekte arm tegen. ‘We weten al waar ze met de papieren naartoe gaat’ |
| | |
| | “Je wilt haar bij het paleis van <u>de kalief</u><ref group="note">De kalief staat aan het hoofd van het kalifaat. Zijn belangrijkste taak is het besturen van het rijk en het geloof te vertegenwoordigen en te beschermen. Hij werd gezien als een opvolger van de profeet Mohammed.</ref> opwachten?’ Rayan staarde naar het steegje onder hen. De vrouw was nergens te bekennen. |
| | |
| | ‘Er zijn daar tientallen, zo niet honderden soldaten en wachters,’ zei Imane, de derde persoon van hun kleine groep, die achter hen aan had gerend. Ze was geen officieel lid van de Verborgenen, maar een informant die hen af en toe hielp. ‘Dat ga je niet winnen.” |
| | |
| | [[File:|thumb|''Basim groeide op als straatdief. Hij kende de straten en steegjes van Bagdad als zijn broekzak.'']] |
| | |
| | “Ik ben ook niet van plan van hen te winnen,’ zei Basim afgemeten. “Imane, je mag terug naar je post. Bedankt voor je hulp. Rayan, meekomen.’ |
| | |
| | Rayan trok zijn donkere kap verder over zijn hoofd en volgde Basim in de richting van de interne ring van Bagdad. Achter de dikke muren van de ring bevonden zich de prachtige groene tuinen van het grootse paleis van kalief Al-Mu’tamid. |
| | |
| | Basim ontweek de Grote Markt en andere drukbevolkte plekken. Hij nam Rayan mee door de vergeten, donkere straten van Bagdad tot ze op de dikke muur stuitten. |
| | |
| | ‘Blijf hier. Kijk of er geen soldaten aankomen.’ |
| | |
| | Basim glipte weg en Rayan drukte zich dichter tegen de muur in het steegje aan, zodat hij ongezien de weg voor zich in de gaten kon houden. De interne stenen ring was zo hoog dat wat daarachter lag zelfs vanaf hoge daken niet zichtbaar was. |
| | |
| | Het steegje was leeg; er liepen geen soldaten of wachters rond. Basim had deze plek duidelijk zorgvuldig uitgekozen. |
| | |
| | Ergens ergerde het Rayan dat hij niet zélf het voortouw had genomen. Het was het zoveelste teken van zijn incompetentie. Bij een van Rayans eerste missies was het hem niet gelukt een persoon, een vijand, te doden. In de hitte van gevechten dacht hij er niet bij na, maar kalm en bewust de genadeslag geven — het leven uit iemands ogen zien vloeien — het lukte hem niet. Hij leek er niet toe in staat. |
| | |
| | Rayan ademde sissend uit. Dit was niet waarom hij zich had aangesloten bij de Verborgenen. Hij wilde de Orde met de grond gelijkmaken na wat ze zijn ouders hadden aangedaan. Hij wilde zijn zusje de bescherming bieden die ze verdiende. |
| | |
| | Dan moest hij méér dan dit kunnen doen. |
| | |
| | <center>'''Tunnelrat'''</center> |
| | Toen <u>het vierde gebed</u><ref group="note">In de Islam zijn er vijf verplichte gebeden per dag. Deze gebeden vinden plaats op vaste momenten, maar de tijden verschillende per locatie. Dit hangt namelijk van de stand van de zon af. |
| | #Fadjr (ochtendgebed) |
| | #Dhohr (middaggebed) |
| | #Asr (namiddaggebed) |
| | #Maghrib (avondgebed) |
| | #Isha (nachtgebed)</ref> door de moskeeën omgeroepen werd, merkte Rayan in zijn ooghoek ineens beweging op. Hij nam een andere houding aan, boog iets door zijn knieën en ging met één hand naar de pijlen op zijn rug. Het was een soldaat, gekleed in de kleuren van de kalief. De soldaat keek vluchtig over zijn schouder. Toen pas zag Rayan dat Basim achter hem liep. |
| | |
| | Rayan liet de pijl los en fronste. Basim zei iets tegen de soldaat en wees naar een lage houten deur, afgesloten met verschillende sloten, in de muur. De soldaat hurkte en haalde iets uit zijn kleding. Rayan hield de omgeving nauwlettend in de gaten terwijl de soldaat met een klein, glimmend voorwerp de sloten van de deur opende. Het vierde gebed kwam bijna tot zijn eind toen het laatste slot wegviel. |
| | |
| | Rayan zag dat Basim de deur opende en bedacht zich geen moment. Hij kwam van zijn plek en volgde zijn leermeester zwijgend door de tunnel die dwars door de muur ging. De soldaat schrok toen Rayan ineens naast hem verscheen, maar zei niets. Zodra Rayan door de opening was gekropen, hoorde hij dat de deur achter hen werd gesloten. |
| | |
| | [[File:|thumb|''De omgeving rond het paleis was een gevarenzone. Alle toegangswegen werden bewaakt door soldaten.'']] |
| | |
| | De lage tunnel waar ze doorheen kropen, was klein en vochtig. Rayan ging bijna over zijn nek door de zure geur van schimmel en uitwerpselen die er hing. Hij ademde zoveel mogelijk door zijn mond tot ze bij het einde kwamen. Basim hakte met een dolk in de grond en het plafond en rukte de spijlen eruit die de opening afsloten. Aan deze kant was er geen goed afgesloten deur. |
| | |
| | Ze kwamen uit op de weelderigste tuin die Rayan ooit had gezien. Grote groene bomen, perfect gekapte struiken, kleurrijke planten die vol in bloei stonden en zorgvuldig aangelegde witte paden ertussendoor. Het grootste gedeelte van het volk zou dit nooit in hun leven te zien krijgen. |
| | |
| | Rayan en Basim zochten beschutting achter een aantal kronkelige bomen, zodat de rondwandelende wachters en soldaten hen niet zouden opmerken. |
| | |
| | ‘Ik dacht dat we niet gezien mochten worden door de soldaten van de kalief,’ zei Rayan zachtjes. Hij gebaarde met zijn kin naar de kleine doorgang. |
| | |
| | ‘Niet iedereen is omgekocht door de Orde, Rayan.’ Basim wierp een korte blik over zijn schouder. ‘Als Verborgenen werken we grotendeels alleen, maar nooit helemaal.” |
| | |
| | <center>'''Tuinen van de kalief'''</center> |
| | Rayan liet zijn polsmes een stukje uit de schede komen terwijl hij de prachtige groene omgeving gespannen in de gaten hield. Basim liep voor hem uit tussen de bomen en struiken door. Hij leek precies te weten waar hij naartoe ging. Af en toe ving Rayan een glimp op van soldaten van de kalief, maar die waren zich duidelijk niet van zijn aanwezigheid bewust. Hier, binnen de beschermde muren van de kalief, waren de soldaten niet constant in de hoogste staat van paraatheid. |
| | |
| | Het immense paleis van de kalief werd tussen de bomen door zichtbaar. Witte muren en marmeren tegels, hoge torens en fraaie balustrades, alles rijkelijk versierd met schilderingen en <u>kalligrafie</u><ref group="note">Kalligrafie is de kunst van het schrijven van sierlijke letters. Je hebt er speciale pennen met een brede punt voor nodig, zoals een ganzenveer, een rietpen of een bandschriftpen.</ref>. |
| | |
| | “We moeten naar de vertrekken van Haroun Ibn Ishaq’ zei Basim, en zijn ogen gingen schichtig heen en weer. ‘Hij is de neef en raadgever van de kalief. Imane heeft me verteld dat hij in de linkervleugel van het paleis verblijft.” |
| | |
| | “Tweede verdieping, linkervleugel.’ Rayan knikte. ‘Ik heb het gehoord.” |
| | |
| | ‘Er zijn vier vertrekken daar, maar dat hoeft geen probleem te zijn.” Basim stopte met praten en manoeuvreerde zich zwijgend langs een groep struiken. Een soldaat liep vlak langs hen heen over het witte kiezelstenen pad. ‘De vrouw op het dak, hun boodschapper, zal de papieren naar hem toe brengen,’ zei Basim zodra de soldaat buiten gehoorafstand was. ‘We hoeven haar alleen bij de ingang op te wachten.” |
| | |
| | [[File:|thumb|''De kortste weg naar de vertrekken van de raadgever was door de tuinen van het paleis.'']] |
| | |
| | Ze bereikten het paleis zonder opgemerkt te worden en cirkelden eromheen om een goede ingang te vinden. Ondertussen hield Rayan de omgeving scherp in de gaten. Hij vertrouwde op Basims beslissingen, maar hij wilde de boodschapper niet missen. Ze mocht hem niet opnieuw ontglippen, die schande zou hij niet overleven. |
| | |
| | ‘Daar,’ zei Rayan na een tijd. Hij wees naar een onbewaakt raam. ‘Twee groepen wachters wisselen elkaar af. Er is een kort moment dat er niemand loopt.” |
| | |
| | Basim knikte goedkeurend. ‘Goed gezien.” |
| | |
| | Rayan verbeet een trotse grijns en hield zijn gezicht zorgvuldig neutraal. Een van Basims mondhoeken ging iets omhoog. |
| | |
| | ‘Als je haar ziet…” |
| | |
| | “grijp de papieren,’ vulde Rayan aan. |
| | |
| | ‘En,’ zei Basim, ‘zorg ervoor dat ze het verhaal niet kan navertellen” |
| | |
| | Rayan stopte midden in zijn pas. Sinds hij er maanden terug niet in was geslaagd om een persoon van de Orde te doden, had Basim hem niet meer opgedragen iemand te vermoorden. Tot nu. Rayan wist dat het erbij hoorde en had diverse keren tegenstanders dodelijk verwond in een gevecht. Maar het was iets anders om vooraf te beslissen om iemand te doden. |
| | |
| | ‘Begrepen,’ zei Rayan ten slotte en hij dwong zichzelf verder te lopen. |
| | |
| | <hr/> |
| | *'''Centrum van kennis:''' Bagdad was een magneet voor wetenschappers en onderzoekers uit verre landen. Een bolwerk van innovatie en geleerdheid. Door de ligging aan rivieren, was Bagdad bovendien ideaal gesitueerd voor papierproductie. Hierdoor kwamen er meer boeken, boekenwinkels en musea voor in Bagdad dan in andere wereldsteden. |
| | *'''Handelsstad:''' Bagdad werd in de 8e eeuw gebouwd op een kruispunt van de zijderoute en de Tigris, de rivier waar belangrijke zeeroutes van Afrika en Azië samenkwamen. Die ligging zorgde voor een ongeziene economische bloei en een mix van verschillende culturen en invloeden. |
| | *'''Het einde:''' In 800 na Chr. telde de stad bijna een miljoen inwoners en was daarmee de grootste metropool ter wereld. Door de vrede en welvaart bleef Bagdad nog eeuwen de belangrijkste stad van de islamitische wereld. In 1258 veroverden de Mongolen de stad en roeiden de bevolking uit in een orgie van geweld. |
| | *'''Ronde stad:''' De stad werd oorspronkelijk ontworpen in ringvorm waarbij de woonwijken zich aan de rand bevonden. Alle straten leiden naar een groot plein in het centrum waar het paleis van de kalief en de centrale moskee stonden. Het aantal inwoners groeide echter zo snel dat Bagdad tot ver buiten de cirkelvormige stadsmuren uitdijde. |
| | <hr/> |
| | |
| | <center>'''4 vs 2'''</center> |
| | De wacht wisselde elkaar af en een moment lang was het raam leeg, zoals Rayan had voorspeld. Basim en hij kwamen in beweging. Ze klauterden behendig omhoog in de schaduwen van de torens en sprongen over de balustrade heen. Geruisloos raakten hun voeten het marmer. Ze slopen verder het paleis in en gebruikten lege kamertjes en donkere hoeken om uit het zicht te blijven. |
| | |
| | Ineens stopte Basim. ‘Naar achteren,’ gebood hij met zachte maar stalen stem. |
| | |
| | Twee wachters kwamen de hoek om en zodra ze langs hen liepen doorboorde Basim in een vloeiende beweging met zijn polsmes de nek van de voorste en zwiepte een been onder de tweede wachter, waarmee hij deze vloerde. Rayan bracht zijn arm naar achteren en wierp een dolk richting de tweede wachter. Het kwam met een dof geluid in aanraking met diens schouder. Basim maakte het af door zijn keel door te snijden. |
| | |
| | Ze renden verder, met meer haast in hun tred dan voorheen. Het was slechts een kwestie van tijd voor er alarm geslagen zou worden in het paleis. |
| | |
| | Niet veel later bereikten ze de vertrekken van de raadgevers. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Met zwaard, dolk en vernuft schakelde Basim de wachters moeiteloos uit.'']] |
| | |
| | Er liepen vier soldaten rond. Rayan nam een aanloop en sprong op twee soldaten. Een van hen knalde met zijn achterhoofd tegen de marmeren grond en werd direct slap, de ander herpakte zich en ramde zijn elleboog in Rayans maag. Rayan struikelde achteruit, maar haalde met succes uit naar het gezicht van de soldaat. Wankelend bracht de soldaat zijn speer omhoog. Rayan duwde deze opzij en sloeg hem nogmaals in het gezicht. De neus van de soldaat brak onder Rayans knokkels. De speer viel, maar de soldaat slaagde erin om Rayans derde vuistslag te ontwijken. |
| | |
| | Er flitste iets. Een dolk. |
| | |
| | Rayan voelde een korte steek in zijn linker bovenbeen. Hij klemde zijn kaken op elkaar en ramde zijn polsdolk net onder de kin van de soldaat in zijn hals. De man viel, klauwend naar zijn hals, naar achteren. |
| | |
| | Het hele tafereel had niet meer dan een paar tellen geduurd. Hijgend en een beetje verdwaasd keek Rayan omhoog. Hij was ervan uitgegaan dat Basim de andere twee soldaten voor zijn rekening had genomen en dat klopte. Basim stak net op dat moment een dolk dwars door het oog van de laatste soldaat. |
| | |
| | Ze rolden de lichamen in een nis, zodat ze uit het zicht waren. Rayan probeerde niet naar de dode soldaten te kijken en slikte zijn opkomende misselijkheid weg. |
| | |
| | De boodschapper van de papieren was nog steeds nergens te bekennen. Rayan verwachtte half dat er elk moment een horde soldaten aan zou komen rennen. Ze stonden strategisch uit het zicht, dicht bij een vluchtroute en toch ging hij met zijn vingers regelmatig over de bovenkant van zijn overgebleven dolken. |
| | |
| | <center>'''Het onderzoek'''</center> |
| | “Waarvoor hebben we de papieren nodig?’ vroeg Rayan zacht. |
| | |
| | Basim keek kort opzij. ‘Dat vraag je nu?’ |
| | |
| | ‘Ik weet dat ze belangrijk zijn,’ ging Rayan koppig verder. ‘Maar wat staat er precies in?’ |
| | |
| | ‘Blijkbaar iets over manieren om ons bewustzijn te manipuleren.’ |
| | |
| | Rayan fronste. ‘Ons bewustzijn?” |
| | |
| | Basim zuchtte. ‘Volgens de propaganda-nonsens van de Orde willen ze het inzetten om geweld te verminderen, door agressieve uitlatingen en handelingen in mensen te laten verdwijnen. Ze willen dat gedeelte van de mens onderdrukken, zodat niemand een ander nog fysiek pijn kan doen.’ |
| | |
| | ‘En volgens de Verborgenen?’ |
| | |
| | Basim keek hem aan met een blik die Rayan maar al te goed kende. |
| | |
| | Rayan kon zijn blikken missen als kiespijn. Basim hield zich vaak alleen bezig met Rayans fysieke training en wuifde zijn ethische vraagstukken weg. Er was niets ethisch aan dat ze leden van de Orde uit de weg ruimden. Deze machtige en rijke groep die vanuit de schaduwen als een ijzeren dictator over het gewone volk regeerde, was kwaadaardig en gevaarlijk, dat was het belangrijkste. Maar er waren zeldzame momenten dat zijn norse leermeester wilde dat Rayan goed nadacht over waar ze precies voor vochten. |
| | |
| | [[File:|thumb|''De wetenschappers wilden het resultaat delen met de Orde en de Verborgenen.'']] |
| | |
| | Het duurde even voor Rayan antwoordde: ‘Ze gaan het misbruiken om hun eigen doelen te bereiken.’ Hij dacht even na. ‘Het zal me niet verbazen als ze het zullen inzetten om al hun vijanden mak te maken.” |
| | |
| | Hoe langer Rayan erover nadacht, hoe zorgwekkender dit was. Een onderzoek dat de wereld in theorie beter hoorde te maken, zou er juist voor kunnen zorgen dat de toekomst een nachtmerrie werd. |
| | |
| | “Iedereen kan dit misbruiken,’ zei Basim. ‘Maar zij die gewend zijn om macht te hebben, zij die niet gewend zijn om hun zin niet te krijgen. dat zijn de mensen waarvoor je écht moet oppassen. Een paar van de wetenschappers die aan het onderzoek hebben meegewerkt, realiseerden zich dat waarschijnlijk ook.” |
| | |
| | “Wat hebben ze dan gedaan?’ |
| | |
| | ‘Ze probeerden de uitkomsten van het onderzoek naar ons te brengen, zodat niet alleen de Orde de resultaten in handen zou hebben.’ |
| | |
| | Probeerden. “Waar zijn ze nu?” |
| | |
| | ‘Vlak voordat ze Bagdad bereikten zijn ze vermoord, door de Orde uiteraard.” Basim grijnsde spottend. ‘De rest van de familie wordt gedwongen mee te werken.’ Zijn grijns verdween even abrupt als hij verscheen. ‘Daar is ze.” |
| | |
| | Rayan had haar ook al horen aankomen. Ze probeerde zachtjes te doen, maar het was duidelijk dat ze daar niet op getraind was. Haar zachte voetstappen waren voor hen luid en duidelijk. |
| | |
| | Basim deed geen moeite om zichzelf voor haar te verbergen. ‘Ik kan je horen,’ zei hij, terwijl hij haar kant op liep. |
| | |
| | Rayan volgde hem en zijn hand ging naar de pijlen op zijn rug. Hij zorgde dat hij gedeeltelijk verborgen bleef achter de brede gestalte van Basim. |
| | |
| | <center>'''Ogen vol haat'''</center> |
| | Ze kreeg Basim in het oog en dook weg achter een dikke pilaar die het grootste gedeelte van haar lichaam afschermde. Een bediende van het paleis was bij haar. |
| | |
| | Rayan snoof. |
| | |
| | Basim gebaarde achter zijn rug dat Rayan haar moest halen. Goed dan. Hij zou laten zien wat geruisloos lopen écht inhield. Zijn voeten raakten fluweelzacht de marmeren tegels, en hij zorgde ervoor dat hij liep waar haar aandacht niet op gevestigd was. Hij hoefde amper moeite te doen: haar angstige ogen waren enkel op Basim gericht. |
| | |
| | Plots keek ze om en kreeg ze hem in het oog. Ze verstarde een moment en ook hij bleef abrupt staan. Ze was een stuk jonger dan hij had verwacht, waarschijnlijk net zo oud als hij. Misschien jonger zelfs. En ongewapend. |
| | |
| | ‘Geef ons de documenten,’ zei hij. ‘Dan gaan we ieder ons eigen weg.’ |
| | |
| | Haar blik ging razendsnel heen en weer en hij wist voordat ze een stap zette al dat ze ervandoor zou gaan. Ze wierp zich opzij naar een dichte deur. Het was haar geluk dat deze niet op slot was. De bediende was langzamer. Rayan smeet hem opzij, tegen de pilaar aan, en rende het meisje achterna. Het was een grote ruimte met kasten vol boeken, waar ze handig gebruik van maakte door met haar gestrekte arm een rij boeken naar achteren te vegen. |
| | |
| | Rayan vloekte binnensmonds toen er een boek tegen de zijkant van zijn gezicht knalde. Woedend schoot hij naar voren. Achter hem hoorde hij de bediende schreeuwen. Basims werk. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Het was tijd om zich te bewijzen voor de ogen van zijn leermeester Basim.'']] |
| | |
| | Rayan zette zich in een sprong tegen een boekenkast af en kreeg haar tas te pakken. Hij gaf een ruk, waardoor de tas uit elkaar scheurde. Verschillende papieren dwarrelden tussen hen in op de grond. Geschokt kwam het meisje tot stilstand. |
| | |
| | Rayan dook erop af. ‘Basim,’ zei hij. ‘Ik heb ze, denk ik’ |
| | |
| | “Te makkelijk,’ grauwde Basim vanaf de deuropening. “Grijp haar, Rayan.’ |
| | |
| | Dit keer wachtte Rayan geen moment. Hij greep haar enkel voor ze hem te snel af kon zijn. Hij hoorde haar naar adem happen toen ze op de marmeren grond vielen. Hij rolde haar om en haar donkere ogen vlamden van pure haat. |
| | |
| | Ze spuugde in zijn gezicht. |
| | |
| | Hij kon zich maar net bedwingen om daar niet op te reageren. |
| | |
| | ‘De papieren, Rayan,’ zei Basim. |
| | |
| | Ze kronkelde onder hem en het kostte hem enige tijd om haar op de grond vast te pinnen. |
| | |
| | “Jullie monsters,’ siste ze buiten adem, terwijl hij haar kleding doorzocht. ‘Jullie zijn niet alleen moordenaars, maar ook dieven.’ |
| | |
| | Hij boog zich dichter naar haar oor. ‘Een beetje hypocriet om dat te zeggen als lid van de Orde, vind je niet?’ |
| | |
| | <center>'''Gifpijl'''</center> |
| | Hij dacht niet meer na, maar handelde puur uit instinct. Zijn handen gleden routinematig over haar kleding, zochten naar de verborgen plekken. |
| | |
| | Rond haar middel ritselde iets en hij trok de bovenste laag van haar kleding omhoog. Haar blik stond fel en ergens voelde hij iets van schaamte. Desondanks ging hij door met zoeken. Daar waren ze. Hij trok de papieren uit haar kleding en stond direct op. Het meisje krabbelde ook op en wierp hem nog een dodelijke blik toe. Hij kneep zijn ogen iets samen bij die blik terwijl hij de papieren wegstopte. Er klopte iets niet. Ze zag er niet uit alsof al haar hoop vervlogen was bij het verlies van de papieren; er was nog te veel vuur, te veel hoop, te lezen in haar donkere ogen. |
| | |
| | Ze had nog een plan. Dat moest haast wel. |
| | |
| | Rayans vingers gleden over de schacht van een nieuwe pijl. Met zijn andere hand draaide hij een kleine koker aan zijn zij open. Hij nam de pijl en doopte de punt in de dodelijke vloeistof in de koker. Een schram van de pijl was nu genoeg om iemand dood neer te doen vallen. Hij had de situatie goed ingeschat. Het meisje draaide zich razendsnel om en sprong naar het dichtstbijzijnde raam. |
| | |
| | [[File:|thumb|''Ze wist het zelf nog niet, maar het lot van het meisje was bezegeld.'']] |
| | |
| | Rayan zette de gifpijl op zijn boog en wachtte een hartklopping lang. Een storm van gedachten wervelde in dat ene moment door zijn hoofd. Waarom was ze ook zo on zettend jong? In feite hadden ze de papieren al, was dat niet voldoende? |
| | |
| | ‘Rayan,’ zei Basim op waarschuwende toon. |
| | |
| | Hij kon niet nogmaals falen. |
| | |
| | En toch. Dit was geen verhit gevecht waar hij uit noodzaak de ander doodde, maar een weloverwogen beslissing. Een koelbloedige moord. |
| | |
| | Zijn vinger trilde. |
| | |
| | Maar wel een moord om te voorkomen dat straks de hele mensheid geen vrijheid meer had. |
|
| |
|
| Donec vehicula, arcu nec lacinia pulvinar, ipsum mi malesuada ligula, eu consequat nisl nunc eget tortor. Vestibulum sed iaculis sem. Vestibulum interdum, mauris eu ultricies pretium, ligula erat suscipit magna, ac aliquam diam sapien ac augue. Integer porta eget sem suscipit vestibulum. Maecenas rutrum dictum maximus. Quisque porttitor nisl ac blandit sollicitudin. Maecenas suscipit iaculis enim nec sagittis.
| | Ze sprong op de vensterbank. |
|
| |
|
| Quisque vitae efficitur felis. Pellentesque vel eros eu lorem ornare mollis eu nec ex. Nunc id purus nec est maximus posuere. Mauris eu sagittis diam. Sed aliquam ornare odio non semper. Curabitur commodo nisl eu elit eleifend malesuada. Nullam bibendum vehicula imperdiet.
| | Rayan liet de pijl los. |
|
| |
|
| Sed laoreet condimentum volutpat. Sed in erat eget enim molestie rutrum. In elementum vehicula dui, non maximus turpis malesuada in. Donec non blandit nibh. Pellentesque accumsan iaculis nibh, suscipit convallis felis eleifend vitae. Morbi scelerisque nisi mauris, eget bibendum quam eleifend eu. Aliquam vehicula orci a purus feugiat, pharetra imperdiet velit vehicula. Sed ultricies ornare sem, eget ornare est egestas id. Mauris lobortis lobortis feugiat. Fusce sed nunc vitae felis iaculis facilisis. Pellentesque et viverra mauris, nec hendrerit eros. Proin eget felis leo. Sed facilisis nunc id est sagittis, in commodo massa laoreet. Suspendisse semper enim at est auctor sagittis. Nullam volutpat vel turpis id posuere. Vestibulum ex odio, laoreet eget lacus et, rutrum tempor mauris.
| | Ze slaakte een kreet toen ze met een pijl in haar arm door het raam verdween. |
|
| |
|
| Nam placerat, augue commodo feugiat consectetur, turpis diam tristique dui, non ultrices felis sapien ut mauris. In eget rutrum ante. Nulla ac magna turpis. Aenean euismod risus dolor, vitae accumsan mauris laoreet eget. Praesent venenatis lorem et blandit bibendum. Praesent a ultrices ligula. Curabitur eget justo massa. Aenean commodo sollicitudin feugiat. Ut placerat, sapien quis rhoncus consectetur, nibh dolor maximus nulla, sed mattis massa eros ac erat. Curabitur laoreet consectetur ex, vitae volutpat mauris mollis ac. Aliquam aliquet risus sit amet cursus vulputate. Aenean condimentum magna id rhoncus scelerisque. Sed vel placerat justo. Curabitur ultricies viverra erat, id scelerisque erat faucibus nec.
| | Rayan liet zijn boog traag zakken. |
|
| |
|
| |-|Dutch=
| | Op de achtergrond klonk het geluid van tientallen voetstappen die hun kant op renden |
| Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nam aliquam nulla id risus vulputate aliquam. Vestibulum accumsan lectus velit, et ornare nisl aliquam id. Morbi pellentesque semper viverra. Donec eu ex eget lectus ullamcorper pellentesque. Mauris vitae placerat erat. Aliquam rutrum ornare eros ullamcorper tincidunt. Proin interdum quis ante vel luctus. Nam dignissim nibh odio, sit amet elementum lorem varius eu.
| |
|
| |
|
| Donec vehicula, arcu nec lacinia pulvinar, ipsum mi malesuada ligula, eu consequat nisl nunc eget tortor. Vestibulum sed iaculis sem. Vestibulum interdum, mauris eu ultricies pretium, ligula erat suscipit magna, ac aliquam diam sapien ac augue. Integer porta eget sem suscipit vestibulum. Maecenas rutrum dictum maximus. Quisque porttitor nisl ac blandit sollicitudin. Maecenas suscipit iaculis enim nec sagittis.
| | Basim glimlachte. ‘Goed gedaan. Tijd om te vertrekken.” |
|
| |
|
| Quisque vitae efficitur felis. Pellentesque vel eros eu lorem ornare mollis eu nec ex. Nunc id purus nec est maximus posuere. Mauris eu sagittis diam. Sed aliquam ornare odio non semper. Curabitur commodo nisl eu elit eleifend malesuada. Nullam bibendum vehicula imperdiet.
| | - Einde - |
| | </tabber> |
|
| |
|
| Sed laoreet condimentum volutpat. Sed in erat eget enim molestie rutrum. In elementum vehicula dui, non maximus turpis malesuada in. Donec non blandit nibh. Pellentesque accumsan iaculis nibh, suscipit convallis felis eleifend vitae. Morbi scelerisque nisi mauris, eget bibendum quam eleifend eu. Aliquam vehicula orci a purus feugiat, pharetra imperdiet velit vehicula. Sed ultricies ornare sem, eget ornare est egestas id. Mauris lobortis lobortis feugiat. Fusce sed nunc vitae felis iaculis facilisis. Pellentesque et viverra mauris, nec hendrerit eros. Proin eget felis leo. Sed facilisis nunc id est sagittis, in commodo massa laoreet. Suspendisse semper enim at est auctor sagittis. Nullam volutpat vel turpis id posuere. Vestibulum ex odio, laoreet eget lacus et, rutrum tempor mauris.
| | ;Extra information |
| | <tabber> |
| | |-|English= |
| | PLACEHOLDER |
|
| |
|
| Nam placerat, augue commodo feugiat consectetur, turpis diam tristique dui, non ultrices felis sapien ut mauris. In eget rutrum ante. Nulla ac magna turpis. Aenean euismod risus dolor, vitae accumsan mauris laoreet eget. Praesent venenatis lorem et blandit bibendum. Praesent a ultrices ligula. Curabitur eget justo massa. Aenean commodo sollicitudin feugiat. Ut placerat, sapien quis rhoncus consectetur, nibh dolor maximus nulla, sed mattis massa eros ac erat. Curabitur laoreet consectetur ex, vitae volutpat mauris mollis ac. Aliquam aliquet risus sit amet cursus vulputate. Aenean condimentum magna id rhoncus scelerisque. Sed vel placerat justo. Curabitur ultricies viverra erat, id scelerisque erat faucibus nec.
| | |-|Dutch= |
| | *'''Wist je dat?''' Het paleis van de kalief precies in het midden van Bagdad stond? Er waren vier poorten tot het paleis, waar ook de markten waren. De markten werden later verder van het paleis verplaatst, vanwege veiligheidsredenen. |
| | *'''Bagdad is gesticht in het jaar 762 onder de naam Madinat as Salam, de stad van de vrede. Wat was de vorn van deze stad?'''<br><s>Vierkant</s> / ''Rond'' |
| | *'''Wist je dat?''' Een raadgever heel veel belangrijke taken had? Zo moest hij niet alleen politiek, economisch, cultureel en militair advies geven, maar ook helpen bij de wetgeving, relaties onderhouden, administratieve taken uitvoeren en religieuze teksten vertalen. |
| | *'''Bagdad was een bekende wereldstad en stond toen bekend als het centrum van .... ?'''<br>''De wetenschap'' / <s>De natur</s> |
| | *De Verborgenen gebruikten gif om de pijl extra effectief te maken. De gezondheidszorg was in die tijd namelijk lang niet zo goed als nu, waardoor een geïnfecteerde wond vaak slecht afliep. |
|
| |
|
| </tabber> | | </tabber> |